Indien de uitkeringsgerechtigde na de recidive genoemd in artikel 4 van deze verordening volhardt in de gedraging, kan het college de bijstand voor onbepaalde tijd verlagen, rekening houdend met de ernst van de gedraging, de mate van verwijtbaarheid en de individuele omstandigheden van de belanghebbende. Er dient dan binnen drie maanden een heroverweging van de verlaging plaats te vinden.
Hoofdstuk 1
Artikel 5