**1..** De gedragingen met betrekking tot het geen of onvoldoende medewerking verlenen aan het verkrijgen of behouden van werk, worden onderscheiden in vijf categorieën.
**2..** De categorieën omvatten de volgende gedragingen:
eerste categorie:
het zich niet als werkzoekende doen inschrijven bij het UWV, dan wel de inschrijving niet of niet tijdig doen verlengen;
het indienen van een aanvraag voor algemene bijstand gedurende de termijn, genoemd in artikel 41, vierde lid van de wet.
tweede categorie:
het niet naar vermogen trachten algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen en te aanvaarden, waarbij geen gebruik wordt gemaakt van een voorziening als bedoeld in artikel 7, eerste lid onder a, van de wet;
het niet naar vermogen trachten de mogelijkheden naar uit ’s rijks kas bekostigd onderwijs te onderzoeken gedurende de termijn, genoemd in artikel 41, vierde lid van de wet;
het niet dan wel niet tijdig voldoen aan een oproep om, in verband met de arbeidsinschakeling, op een aangegeven plaats en tijd te verschijnen;
het niet dan wel in onvoldoende mate meewerken aan een onderzoek naar de mogelijkheden tot arbeidsinschakeling;
het niet naar vermogen verrichten van door het college opgedragen onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden als bedoeld in artikel 9, eerste lid onder c, van de wet.
derde categorie:
gedragingen die de inschakeling in arbeid belemmeren;
het niet dan wel in onvoldoende mate meewerken aan een aangeboden voorziening als bedoeld in artikel 7, eerste lid onder a, van de wet, waaronder begrepen sociale activering, gericht op arbeidsinschakeling;
het niet voldoen aan de aan de ontheffing verbonden re-integratieverplichtingen die een alleenstaande ouder heeft indien hem op grond van artikel 9a van de wet een ontheffing van de arbeidsplicht is verleend.
vierde categorie:
het door een persoon jonger dan 27 jaar in onvoldoende mate meewerken aan het opstellen, uitvoeren dan wel evalueren van een plan van aanpak als bedoeld in artikel 44a van de wet;
onvoldoende inzet tijdens de periode van vier weken als bedoeld in artikel 43, lid 4 en 5 van de wet.
vijfde categorie:
het niet aanvaarden van algemeen geaccepteerde arbeid;
het door eigen toedoen niet behouden van arbeid in dienstbetrekking.
Hoofdstuk 2
Artikel 6