Naar hoofdinhoud

Artikel 12

Zeer ernstige misdragingen

Onderdeel van Afstemmingsverordening IOAW en IOAZ

Bij het vaststellen van de verlaging in de situatie dat een uitkeringsgerechtigde zich ernstig heeft misdragen, zal gekeken moeten worden naar de ernst van de gedraging, de mate van verwijtbaarheid en de persoonlijke omstandigheden van de betrokkene. Wat betreft het vaststellen van de ernst van de gedraging, kunnen de volgende vormen vanagressief gedrag in een oplopende reeks (steeds ernstiger) worden onderscheiden: Verbaal geweld (schelden); Discriminatie; Intimidatie en verbale bedreiging (uitoefenen van psychische druk); Zaakgericht fysiek geweld (vernielingen); Mensgericht fysiek geweld; Combinatie van agressievormen. Het toepassen van een verlaging staat geheel los van het doen van aangifte bij de politie. Het college legt een verlaging op, terwijl de functionaris tegen wie de agressie zich richtte aangifte kan doen bij de politie. Hierbij kan verwezen worden naar het bij de gemeente aanwezige agressieprotocol. Hierin is aangegeven hoe wordt omgegaan met lastige en agressieve klanten.

Rechtspraak bij dit artikel