De kosten van keuring, onderhoud en reparatie als bedoeld in de artikel 6.6 lid 1 sub d van de Verordening en artikel 2.12 van dit Besluit nadere regels komen in aanmerking bij de berekening van een financiële tegemoetkoming of persoonsgebonden budget indien deze betrekking hebben op:
stoelliften;
plateauliften;
woonhuisliften;
douche-föhninstallatie;
de mechanische inrichting voor het verstellen van een in hoogte verstelbaar keukenblok, bad of wastafel;
elektromechanische openings- en sluitingsmechanismen van deuren;
woonvoorzieningen van niet-bouwkundige of niet-woontechnische aard;
installatie ten behoeve van de oplader van een Wmo-voorziening;
intercominstallatie.
De hoogte van een financiële tegemoetkoming of persoonsgebonden budget in de kosten van onderhoud, keuring en reparatie voor de voorzieningen genoemd in lid 1 onder d tot en met i is gelijk aan de door het college geaccordeerde kosten van de goedkoopst compenserende voorziening zoals opgenomen in de offerte van een terzake erkend bedrijf.
De hoogte van een financiële tegemoetkoming of persoonsgebonden budget in de kosten van onderhoud, keuring en reparatie voor de voorzieningen genoemd in lid 1 onder a tot en met c is gelijk aan de werkelijk gemaakte kosten als bedoeld in lid 2 met een maximum van de hierna genoemde bedragen:
Keuring van liften
Kosten periodieke keuring excl. BTW
Kosten onderhoud
excl. BTW
incl. voorrijkosten
Stoelliften
-
€ 400,--
Plateauliften
-
€ 400,--
Woonhuislift
€ 300,-- (1 x per 18 maanden)
€ 400,--
Maximale toeslagen op bovenstaande tarieven:
50 % voor installaties geplaatst buiten de woning
50% voor installaties die meer dan 1 verdieping overbruggen.
50% voor installaties, uitgevoerd met elektrisch aangedreven plateaus en/of afrijdbeveiliging respectievelijk elektrisch wegklapbare raildelen.
HOOFDSTUK 2:
Artikel 2.11
Kosten van onderhoud, keuring en reparatie van woonvoorzieningen
Onderdeel van Besluit nadere regels Wmo 2013