Naar hoofdinhoud

Besluit nadere regels Wmo 2013

106 artikelen

Artikelen

  1. Art. 1Begripsbepalingen
  2. Art. 2.1Zorg in natura
  3. Art. 2.2Hoogte bedrag persoonsgebonden budget hulp bij het huishouden
  4. Art. 2.3Verhuis- en (her)inrichtingskosten
  5. Art. 2.4Hoogte financiële tegemoetkoming in de kosten van verhuizing en inrichting
  6. Art. 2.5Kostensoorten voor aanpassingen van bouwtechnische of bouwkundige aard
  7. Art. 2.6Hoogte financiële tegemoetkoming voor aanpassingen van bouwtechnische of bouwkundige aard
  8. Art. 2.7Het verwerven van grond
  9. Art. 2.8Afschrijving van aanpassingen van bouwtechnische of bouwkundige aard
  10. Art. 2.9Kosten van woonvoorzieningen van niet-bouwtechnische of niet-bouwkundige aard
  11. Art. 2.10Woonvoorzieningen in eigendom
  12. Art. 2.11Kosten van onderhoud, keuring en reparatie van woonvoorzieningen
  13. Art. 2.12Kosten in verband met onderhoud, keuring en reparatie
  14. Art. 2.13Kosten in verband met tijdelijke huisvesting
  15. Art. 2.14Huurderving
  16. Art. 2.15Kosten in verband met het verwijderen van voorzieningen
  17. Art. 2.16Een hulphond
  18. Art. 2.17Recht op een woonvoorziening en primaat van verhuizen
  19. Art. 2.18Niet toepassen primaat verhuizing
  20. Art. 2.19Woningvoorzieningen voor gemeenschappelijke ruimten
  21. Art. 2.20Maximaal aanpassingsbedrag voor bezoekbaar maken woning
  22. Art. 2.21Gereedmelding, vaststelling en uitbetaling financiële tegemoetkoming en persoonsgebonden budget
  23. Art. 2.22Duidelijkheid over financiering van het niet-gedekte deel van de kosten
  24. Art. 2.23Woonwagen
  25. Art. 2.24Woonschip
  26. Art. 2.25Technische levensduur woonwagen en woonschip
  27. Art. 2.26Maximaal aanpassingsbedrag woonwagen/woonschip in bepaalde situaties
  28. Art. 2.27Binnenschip
  29. Art. 2.28Vervoersvoorzieningen in natura, financiële tegemoetkoming dan wel persoonsgebonden budget
  30. Art. 2.29Primaat collectief vervoer
  31. Art. 2.30Hoogte financiële tegemoetkoming en persoonsgebonden budget vervoersvoorzieningen
  32. Art. 2.32Hoogte persoonsgebonden budget rolstoelvoorzieningen
  33. Art. 2.33Hoogte financiële tegemoetkoming voor training
  34. Art. 2.34Hoogte financiële tegemoetkoming sportvoorziening
  35. Art. 2.35Aantoonbaarheid
  36. Art. 2.36Overige individuele voorzieningen
  37. Art. 3.1Voorwaarden financiële tegemoetkoming
  38. Art. 3.2Betaalbaarstelling persoonsgebonden budget
  39. Art. 3.3Verplichtingen verbonden aan het persoonsgebonden budget
  40. Art. 3.4Beperkingen persoonsgebonden budget
  41. Art. 4.1Hoogte eigen bijdrage en eigen aandeel
  42. Art. 4.2Inning eigen bijdrage en eigen aandeel
  43. Art. 4.3Het herverstrekken van voorzieningen
  44. Art. 4.4Ingangsdatum voorzieningen
  45. Art. 5.1Gevallen waarin een deskundigenadvies moet worden ingewonnen
  46. Art. 5.2Heronderzoeken
  47. Art. 5.3Herindicatie
  48. Art. 5.4Controle van persoonsgebonden budget en financiële tegemoetkoming
  49. Art. 5.5Waardebepaling van een voorziening
  50. Art. 6.1Indexering
  51. Art. 6.2Intrekking
  52. Art. 6.3Inwerkingtreding
  53. Art. 6.4Citeertitel
  54. Art. 6.5Overgangsbepaling
  55. Art. 1Begripsbepalingen
  56. Art. 2.1Zorg in natura
  57. Art. 2.2Hoogte persoonsgebonden budget voor hulp bij de huishouding
  58. Art. 2.3Verhuis- en (her)inrichtingskosten
  59. Art. 2.4Hoogte financiële tegemoetkoming in de kosten van verhuizing en inrichting
  60. Art. 2.5Kostensoorten voor aanpassingen van bouwtechnische of bouwkundige aard
  61. Art. 2.6Hoogte financiële tegemoetkoming voor aanpassingen van bouwtechnische of bouwkundige aard
  62. Art. 2.7Het verwerven van grond
  63. Art. 2.8Afschrijving van aanpassingen van bouwtechnische of bouwkundige aard
  64. Art. 2.9Kosten van woonvoorzieningen van niet-bouwtechnische of niet-bouwkundige aard
  65. Art. 2.10Woonvoorzieningen in eigendom
  66. Art. 2.11Kosten van onderhoud, keuring en reparatie van woonvoorzieningen
  67. Art. 2.13Kosten in verband met tijdelijke huisvesting
  68. Art. 2.14Kosten van huurderving
  69. Art. 2.15Kosten in verband met het verwijderen van voorzieningen
  70. Art. 2.16Een hulphond
  71. Art. 2.17Recht op een woonvoorziening en primaat van verhuizen
  72. Art. 2.18Niet toepassen primaat verhuizing
  73. Art. 2.19Woonvoorzieningen voor gemeenschappelijke ruimten
  74. Art. 2.20Maximaal aanpassingsbedrag voor bezoekbaar maken woning
  75. Art. 2.21Gereedmelding, vaststelling en uitbetaling financiële tegemoetkoming en persoonsgebonden budget
  76. Art. 2.22Duidelijkheid over financiering van het niet-gedekte deel van de kosten
  77. Art. 2.23Woonwagen
  78. Art. 2.24Woonschip
  79. Art. 2.25Technische levensduur woonwagen en woonschip
  80. Art. 2.26Maximaal aanpassingsbedrag woonwagen/woonschip in bepaalde situaties
  81. Art. 2.27Binnenschip
  82. Art. 2.28Vervoersvoorzieningen in natura, financiële tegemoetkoming dan wel persoonsgebonden budget
  83. Art. 2.29Primaat collectief vervoer
  84. Art. 2.30Hoogte financiële tegemoetkoming en persoonsgebonden budget vervoersvoorzieningen
  85. Art. 2.31Uitbetaling financiële tegemoetkoming vervoersvoorziening
  86. Art. 2.32Hoogte persoonsgebonden budget voor rolstoelvoorzieningen
  87. Art. 2.34Hoogte financiële tegemoetkoming sportvoorziening
  88. Art. 2.35Aantoonbaarheid
  89. Art. 3.1Voorwaarden financiële tegemoetkoming
  90. Art. 3.2Betaalbaarstelling persoonsgebonden budget
  91. Art. 3.3Verplichtingen verbonden aan het persoonsgebonden budget
  92. Art. 3.4Beperking persoonsgebonden budget
  93. Art. 4.1Hoogte eigen bijdrage en eigen aandeel
  94. Art. 4.2Inning eigen bijdrage en eigen aandeel
  95. Art. 4.3Het herverstrekken van voorzieningen
  96. Art. 4.4Ingangsdatum voorzieningen
  97. Art. 5.1Gevallen waarin een deskundigenadvies moet worden ingewonnen
  98. Art. 5.2Heronderzoeken
  99. Art. 5.3Herindicatie
  100. Art. 5.4Intrekking of terugvordering van persoonsgebonden budget of financiële tegemoetkoming
  101. Art. 5.5Waardebepaling van een voorziening
  102. Art. 6.1Indexering
  103. Art. 6.2Intrekking
  104. Art. 6.3Inwerkingtreding
  105. Art. 6.4Citeertitel
  106. Art. 6.5Overgangsbepaling