**1..** Een vervoersvoorziening als bedoeld in artikel 6.11 lid 1 sub c, d, f en g van de Verordening wordt, ingeval van verstrekking in natura, beschikbaar gesteld in bruikleen via de aanbieder waarmee het college een overeenkomst heeft gesloten dan wel tot een schriftelijk akkoord is gekomen.
**2..** Een persoonsgebonden budget voor een vervoersvoorziening als bedoeld in artikel 6.11 lid 1 sub c, d, f en g van de Verordening is gelijk aan de totale kosten van de goedkoopst compenserende voorziening gedurende de economische levensduur die de contractleverancier bij de gemeente in rekening zou hebben gebracht in geval van levering in natura. Indicatie termijnen economische levensduur
[Klik hier om het document te downloaden]
**3..** Een persoonsgebonden budget voor een vervoersvoorziening als bedoeld in artikel 6.11 lid 1 sub c, d, f en g van de Verordening waarvoor de gemeente geen afspraken met een contractleverancier heeft gemaakt, is gelijk aan het totaal van de kosten van de goedkoopst compenserende voorziening zoals opgenomen in de door een terzake erkend bedrijf uitgebrachte en door het college geaccordeerde offerte.
**4..** De financiële tegemoetkoming voor een vervoersvoorziening als bedoeld in artikel 6.11 lid 1 sub i van de Verordening is gelijk aan de werkelijke kosten.
**5..** De hoogte van een door het college te verlenen persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 6.11 lid 1 sub i van de Verordening wordt bepaald op het totaalbedrag van de door een erkende leverancier uitgebrachte en door het college geaccordeerde offerte.
**6..** De financiële tegemoetkoming voor een vervoersvoorziening als bedoeld in artikel 6.11 lid 1 sub j van de Verordening is gelijk aan de werkelijke kosten.