De eigen bijdrage of het eigen aandeel in de kosten welke krachtens de Verordening en dit Besluit nadere regels is verschuldigd, bedraagt:
voor de ongehuwde persoon die de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet nog niet heeft bereikt: het in artikel 4.1 lid 1 onder a. van het Besluit maatschappelijke ondersteuning genoemde bedrag, verhoogd met het in dat artikel genoemde maximaal in aanmerking te nemen inkomen en vermogensinkomensbijtelling;
voor de ongehuwde persoon die de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet heeft bereikt: het in artikel 4.1 lid 1 onder b. van het Besluit maatschappelijke ondersteuning genoemde bedrag, verhoogd met het in dat artikel genoemde maximaal in aanmerking te nemen eigen inkomen en vermogensinkomensbijtelling;
voor gehuwde personen indien een van beiden de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, nog niet heeft bereikt of beiden die leeftijd nog niet hebben bereikt: het in artikel 4.1 lid 1 onder c. van het Besluit maatschappelijke ondersteuning genoemde bedrag, verhoogd met het in dat artikel genoemde maximaal in aanmerking te nemen eigen inkomen en vermogensinkomensbijtelling;
voor gehuwde personen die beiden de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet hebben bereikt: het in artikel 4.1 lid 1 onder d. van het Besluit maatschappelijke ondersteuning genoemde bedrag, verhoogd met het in dat artikel genoemde maximaal in aanmerking te nemen eigen inkomen en vermogensinkomensbijtelling.
HOOFDSTUK 4:
Artikel 4.1
Hoogte eigen bijdrage en eigen aandeel
Onderdeel van Besluit nadere regels Wmo 2013