Naar hoofdinhoud

Artikel 19

Beperkingen en weigeringsgronden

Onderdeel van Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Moerdijk

In de modelverordening van de VNG zijn een beperkt aantal beperkingen en weigeringsgronden opgenomen. In Moerdijk hebben ervaringen in de uitvoering ertoe geleid dat de beperkingen en weigeringsgronden in de Moerdijkse Wmo verordening uitgebreider zijn dan in de modelverordening. Dit biedt (vooraf) duidelijkheid voor zowel belanghebbenden als Wmo- consulenten. In dit artikel is de VNG tekst aangevuld zodat deze aansluit bij de Moerdijkse uitvoeringspraktijk. In lid 1 van dit artikel wordt een aantal cumulatieve voorwaarden genoemd voor het toekennen van een individuele Wmo voorziening. Onder a wordt bepaald dat een voorziening langdurig noodzakelijk moet zijn. Op deze regel bestaat een duidelijke uitzondering: hulp bij het huishouden bij een ziekte of na een ziekenhuisopname. Wat langdurig noodzakelijk is hangt geheel af van de situatie, maar ook een te bereiken resultaat voor een belanghebbende die terminaal is dient gerekend te worden tot langdurig noodzakelijk. De voorziening zal immers iemand gehele verdere leven noodzakelijk zijn. Onder b wordt bepaald dat bij het bepalen welke individuele voorziening wordt ingezet het principe van goedkoopst compenserend leidend is. Goedkoopst compenserend wil zeggen dat, indien meer voorzieningen als compensatie voor de vastgestelde beperkingen kunnen worden aangemerkt, de goedkoopste voorziening wordt verstrekt. Bij de bepaling van de goedkoopst compenserende voorziening wordt gekeken naar de technische en functionele aspecten van de voorziening. Het gaat hierbij om een onderscheid tussen noodzakelijk en wenselijk. Eigenschappen die kostenverhogend werken zonder dat zij de voorziening meer compenserend maken worden niet vergoed. Lid c geeft aan dat het probleem van het individu op grond van de Wet gecompenseerd moet worden. In lid 2 van dit artikel worden weigeringsgronden genoemd op basis waarvan geen individuele voorziening wordt toegekend. Onder a is bepaald dat geen voorziening wordt toegekend indien de voorziening als algemeen gebruikelijk beschouwd dient te worden voor een persoon als de aanvrager. Algemeen gebruikelijke voorzieningen zijn voorzieningen waarover een met een belanghebbende vergelijkbare persoon ook, los van de beperking, zou kunnen beschikking. Deze voorzieningen hoeven niet te worden verstrekt. Dit beginsel wordt al tientallen jaren gehanteerd in de sociale wetgeving (AAW/WAO, voormalige wet-REA, Wvg). De beoordeling of er sprake is van een algemeen gebruikelijke voorziening voor belanghebbende ziet dus op het beantwoorden van de vraag of belanghebbende over de voorziening zou (hebben kunnen) beschikken als hij geen beperking zou hebben gehad. Bij die beoordeling kunnen de volgende criteria een rol spelen: is de voorziening specifiek voor mensen met een beperking ontworpen (CRvB 25-06-2008, nr. 06/6907 WVG) is de voorziening gewoon verkrijgbaar in de handel? (CRvB 14-07-2010. nr. 09 / 562 WVG) is de prijs van de voorziening vergelijkbaar met soortgelijke producten die algemeen gebruikelijk worden geacht ? (CRvB 14-07-2010, nr. 09/562 WVG) Onder b wordt bepaald dat een voorziening niet wordt toegekend als belanghebbende zijn hoofdverblijf niet heeft in de gemeente Moerdijk. Alleen de belanghebbende die zijn hoofdverblijf heeft of zal hebben in de gemeente Moerdijk kan bij het College van de gemeente Moerdijk terecht met zijn ondersteuningsvraag. Dit blijkt niet uit de Wet en is daarom specifiek opgenomen in de verordening. Onder c is gesteld dat geen voorziening wordt toegekend als niet meer is na te gaan of de voorziening noodzakelijk was en of wel sprake was van een goedkoopst compenserende voorziening. Uitgangspunt is dat belanghebbende geen aanspraak kan maken op een individuele voorziening als deze reeds zonder toestemming van het College gerealiseerd of aangekocht is. Uitgezonderd zijn de situaties waarbij het College de noodzaak, adequaatheid en passendheid van de voorziening en de gemaakte kosten achteraf alsnog kan beoordelen (CRvB 11-05-2011, nr. 09/ 4037 Wmo) Lid 2 onder d stelt dat de aanvraag geweigerd kan worden als het gaat om een vergoeding of verstrekking die reeds eerder heeft plaatsgevonden, terwijl het de aanvrager verwijtbaar is dat het middel verloren is gegaan, bijvoorbeeld door roekeloosheid of verwijtbare onachtzaamheid, dus niet indien de aanvrager geen schuld heeft. Indien een ander aansprakelijk is voor het verloren gaan, dient bekeken te worden of het mogelijk is deze derde door de aanvrager hiervoor aansprakelijk te doen stellen om zodoende de kosten te kunnen verhalen. Indien in een woning een verstelbare keuken of een andere dure voorziening is aangebracht heeft dit gevolgen voor de te verzekeren waarde van de opstal. Dit risico dient door belanghebbende in de opstalverzekering gedekt te worden. Onder e vloeien de aantoonbare beperkingen in het normale gebruik van de woning voort uit de aard van de in de woning gebruikte materialen, dan weigert het College de voorziening. Voorbeelden daarvan zijn: astmatische klachten of allergische reactie door bepaalde vloerbedekking, een houten vloer die doorbuigt of vocht en tocht door achterstallig onderhoud van de woning. In het laatstgenoemde voorbeeld kan ook sprake zijn dat de woning niet voldoet aan de daaraan gestelde eisen (niveau sociale woningbouw). De belanghebbende is verantwoordelijk, zoals ieder ander, om zaken als vocht, tocht en achterstallig onderhoud zelf op te lossen (indien het een eigen woning betreft) of zijn verhuurder hiervoor aansprakelijk te stellen Onder f wordt de verhuizing naar een inadequate woning genoemd als weigeringsgrond voor een individuele voorziening. Niet de ondervonden beperking maar de verhuizing naar een niet geschikte woning is dan de voornaamste oorzaak van de ondervonden problemen.Deze bepaling heeft voornamelijk betrekking op situaties waarin men gaat verhuizen zonder specifieke reden. Uitzondering op deze bepaling is de zogeheten ‘belangrijke reden’. Daarbij moet gedacht worden aan een verhuizing vanwege samenwoning, huwelijk of het aanvaarden van werk elders. Lid 2, onder g als een persoon met beperkingen verhuist zal deze, in relatie tot die beperkingen, moeten zoeken naar een zo geschikt mogelijke woning. Het is niet de bedoeling dat men zomaar een ongeschikte woning kiest en vervolgens de rekening voor aanpassingen bij de gemeente indient. Met ‘verhuizen’ wordt hier overigens niet alleen gedoeld op de feitelijke verhuizing maar ook op alle onomkeerbare handelingen die normaal gesproken voorafgaan aan een verhuizing, zoals het tekenen van een koop-of huurcontract. Onder h wordt gesproken over gemeenschappelijke ruimten. In beginsel worden geen voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten van wooncomplexen verstrekt. Als door het weigeren van voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten de woonruimte van degene met een beperking ontoegankelijk blijft kan een uitzondering worden gemaakt. Overigens geldt deze uitzondering niet in gemeenschappelijke ruimten van woongebouwen specifiek voor ouderen of gehandicapten zie artikel 19 lid 2 onder l van deze Verordening. Onder i wordt gedoeld op de verhuiskostenvergoeding. Veel verhuizingen zijn als algemeen gebruikelijk te beschouwen, ook los van de beperking die men heeft. Elke persoon maakt een aantal keren in zijn leven een verhuisbeweging, van ouderlijk huis naar een zelfstandige woonruimte, verhuizing naar een grotere woning en verhuizing van senioren naar een kleinere woning omdat de eengezinswoning te bewerkelijk is geworden en kinderen reeds zelfstandig wonen. Met een zelfstandige woonruimte wordt bedoeld een woonruimte met een eigen toegang, die door een huishouden kan worden bewoond, zonder dat het huishouden daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte. Onder j Verhuizingen naar AWBZ- en andere zorginstellingen leiden er toe dat de aanvrager buiten de doelgroep van de Wet valt, deze mensen kunnen immers niet meer zelfstandig participeren en hebben dus geen aanspraak op (woon)voorzieningen. Overigens zal het door het scheiden van wonen en zorg minder vaak (gaan) voorkomen dat mensen met een beperking in een zorginstelling gaan wonen. Zij blijven langer thuis wonen of gaan geclusterd wonen in een meer beschermde omgeving (denk aan aanleunwoningen voor senioren of woongroepen voor mensen met een verstandelijke beperking). In het geval er sprake is van woongebouwen specifiek voor ouderen of gehandicapten dan is onder artikel 19, lid 2 onder l bepaald dat geen woonvoorzieningen worden verstrekt als deze bij nieuwbouw of renovatie zonder noemenswaardige meerkosten meegenomen (hadden) kunnen worden. Als er in de te verlaten woning geen problemen bij het normale gebruik van de woning werden ervaren, is de verhuizing naar de nieuwe woning kennelijk de oorzaak van de problemen en is men verhuisd naar een inadequate woning. In dergelijke situaties is er geen aanspraak op woonvoorzieningen hetgeen al meerdere malen door de Centrale Raad van Beroep bevestigd is. Artikel 19, lid 2 onder k bepaalt dat geen voorzieningen worden verstrekt op een hoger niveau dan het uitrustingsniveau sociale woningbouw. Het uitrustingsniveau voor sociale woningbouw is vastgesteld in het Bouwbesluit 2012. Woonvoorzieningen die op dat uitrustingsniveau worden verstrekt zijn in beginsel van voldoende kwaliteit, duurdere of andere voorzieningen hoeven niet te worden verstrekt. Ook worden hiermee de ruimten waarvoor voorzieningen verstrekt moeten worden begrensd. Garages bijvoorbeeld vallen niet onder dit niveau. Ook bij de hulp bij het huishouden speelt deze bepaling een rol. Indien bijvoorbeeld aanzienlijk meer hulp wordt gevraagd vanwege het feit dat men in een veel grotere of meer luxe woning woont, geeft deze bepaling een duidelijke grens aan. Tot slot wordt onder l bepaald dat geen woonvoorzieningen worden verstrekt met betrekking tot gemeenschappelijke ruimten van woongebouwen voor ouderen of mensen met beperkingen of voorzieningen die in dergelijke gebouwen, ook in de wooneenheden, bij nieuwbouw of renovatie zonder noemenswaardige meerkosten (hadden) kunnen worden meegenomen.

Rechtspraak bij dit artikel