In de modelverordening van de VNG staat de wijze waarop het gesprek wordt gevoerd beperkt uitgewerkt. Het keukentafelgesprek is in Moerdijk de basis van de gekantelde Wmo praktijk, vandaar dat in artikel 5, in afwijking van de modelverordening, meer is vastgelegd over de wijze waarop wij het gesprek voeren.
Het gesprek is voor iedereen die een beroep doet op de compensatieplicht in het kader van de Wmo de logische start. Het gesprek staat op zich los van een aanvraag voor een individuele voorziening in het kader van prestatieveld 6 van de Wmo (artikel 1, lid 1 onder g sub 6 Wmo). Dit is van groot belang om te voorkomen dat er een claimgerichte invulling van de Wmo plaatsvindt, welke invulling in strijd is met de doelstelling van de Wmo. Dat heeft consequenties. Wanneer iemand met een claimgerichte aanvraag komt en die uitsluitend claimgericht behandeld wil zien kan dit betekenen dat een gemeente moeilijk maatwerk kan leveren.
In lid 1 wordt aangegeven dat bij het gesprek het begrippenkader van de ICF, de International Classification of Functions, Disabilities and Health, uitgangspunt zal zijn. Het is de wens van de wetgever geweest dat dit plaats zou vinden.
In lid 2 en lid 3 wordt vorm gegeven aan het uitgangspunt dat de oplossing die voor de ondersteuningsvraag van de belanghebbende wordt gekozen maatwerk moet zijn. Dit maatwerk kan alleen bereikt worden als rekening wordt gehouden met de behoefte en persoonskenmerken van de belanghebbende. Tijdens het gesprek wordt een complete inventarisatie gemaakt van de situatie van de belanghebbende. Het is belangrijk eerst een algemeen beeld van de belanghebbende te krijgen. Dit gebeurt in een gesprek samen met de belanghebbende. Deze inventarisatie die in het gesprek plaatsvindt heeft nadrukkelijk het startpunt bij de belanghebbende en inventariseert:
De beperking, het chronisch psychisch probleem of het psychosociaal probleem dat basis is van de behoefte aan compensatie.
De mogelijkheden die de belanghebbende ondanks dit probleem heeft.
De onmogelijkheden die de belanghebbende ondervindt als gevolg van het ondervonden probleem of de ondervonden problemen.
De resultaten die belanghebbende wil bereiken op de verschillende in deze verordening weergegeven terreinen.
Hetgeen belanghebbende inmiddels zelf heeft gedaan om bestaande belemmeringen op te lossen.
De mogelijkheden die belanghebbende heeft om deze resultaten via eigen oplossingen (eigen kracht en sociaal netwerk), via algemene voorzieningen, via algemeen gebruikelijke voorzieningen of via collectieve voorzieningen te bereiken.
De mogelijkheden die de gemeente in principe biedt om de problemen via een individuele voorziening op te lossen.
Lid 4 geeft aan dat om te bepalen hoe het resultaat bereikt kan worden het beginsel van de verantwoordelijkheidsladder leidend is. Dit betekent dat alle mogelijkheden van de belanghebbende zelf, zijn sociale netwerk, algemene en collectieve voorzieningen worden beoordeeld alvorens een individuele voorziening wordt ingezet. Tevens wordt bekeken wat de goedkoopst compenserende oplossing is die bruikbaar en inzetbaar is.
Het compenserend zijn van de oplossing staat voorop. Jurisprudentie van de CRvB zegt hierover:
“De begrippen ‘goedkoopst’ en ‘compenserend’ moeten in onderlinge samenhang worden bezien. De volgorde waarin deze begrippen zijn geplaatst, betekent niet dat bij de afweging die wordt gemaakt, de hoogte van de kosten van de voorziening voorop staat en pas in tweede instantie wordt gekeken of de voorziening als compensatie kan worden aangemerkt. ‘Goedkoopst compenserend’ betekent dat een voorziening altijd compenserend moet zijn. Pas als er meerdere compenserende voorzieningen zijn, kan de goedkoopste compenserende voorziening worden gekozen.” (bron: LJN: BK3321, Centrale Raad van Beroep, 28 oktober 2009, 08/1600 Wmo)
Lid 5. geeft het belang aan van mantelzorgers bij de ondersteuning van belanghebbenden. Door de mantelzorger bij het gesprek te vragen kan samen met hem / haar worden bezien wat er nodig is om hem/haar zo lang mogelijk in staat te stellen de belanghebbende te ondersteunen.
Lid 6. Als uit het gesprek blijkt dat de ondersteuningsvraag van de belanghebbende met andere oplossingen dan een individuele voorziening gecompenseerd kan worden dan is een aanvraag voor een individuele voorziening niet aan de orde. De belanghebbende krijgt een kort verslag toegestuurd van het gesprek zodat hij overzicht heeft van wat is besproken en hoe belanghebbende en gemeente samen tot de oplossing zijn gekomen.
Als uit het gesprek blijkt dat de ondersteuningsvraag van de belanghebbende met een individuele Wmo voorzieningen gecompenseerd kan worden dan zal belanghebbende een aanvraag moeten indienen. De rapportage die door de gemeente naar aanleiding van het gesprek wordt gemaakt wordt door de gemeente bij deze aanvraag gevoegd. Op verzoek kan deze rapportage aan belanghebbende worden verstrekt.
Artikel 5
Het gesprek
Onderdeel van Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Moerdijk