Lid 1 en lid 2. Als het gaat om het wonen in een geschikte woning hebben we het over de woonvoorzieningen, zowel bouwkundig als niet-bouwkundig. Uitgangspunt is daarbij dat men zelf al beschikt of zal beschikken over een woning. Het is niet zo dat een gemeente voor een woning moet zorgen, dat is een eigen verantwoordelijkheid van de aanvrager. De gemeente kan wel ondersteunen of bemiddelen bij het zoeken naar een (geschikte) woning. Daarbij is uitgangspunt dat iedereen altijd zoekt naar een voor hem op dat moment meest geschikte beschikbare woning, uiteraard passend bij het bestedingspatroon.
Heeft iemand een woning, dan zal de compensatieplicht betekenen dat eventuele problemen met het normale gebruik van de woning opgelost worden. Daarbij kan veelal gekozen worden uit meerdere mogelijke oplossingen.
Ook nu gaat het weer om woningen op het niveau sociale woningbouw. Dit is in artikel 19, lid 2, onder k vastgelegd.
Het gaat om de door belanghebbende dagelijks in gebruik zijnde ruimten, bijvoorbeeld de woonkamer, de sanitaire ruimten en/of de keuken.
Onder het normale gebruik van de woning vallen volgens jurisprudentie ook berging, tuin en balkon, maar alleen wat betreft het er kunnen komen. De inrichting van bijvoorbeeld de tuin is eigen verantwoordelijkheid en valt daarom niet onder de compensatieplicht. Zo ook het onderhoud van de tuin. Wanneer er een berging, tuin of balkon aanwezig zijn en deze zijn noodzakelijk in gebruik, valt het er kunnen komen onder de compensatieplicht (deze jurisprudentie is in de modelverordening Wmo niet opgenomen).
Lid 3. Als het gaat om een geschikte woning is er een reeks aan mogelijke wijzen van compensatie. Het kan mogelijk zijn de woning aan te passen, maar ook kan het mogelijk zijn dat er een andere woning beschikbaar is die geschikt is, of een woning die gemakkelijker geschikt te maken is. Aanvullend op het algemene beoordelingskader van de verantwoordelijkheidsladder en goedkoopst compenserend dient bij dit resultaat beoordeeld te worden of belanghebbende kan verhuizen naar een reeds geschikte woning of een woning die gemakkelijk geschikt te maken is. Verhuizing naar een geschikte woning of een gemakkelijker geschikt te maken woning kan een snelle(re) oplossing bieden dan het aanpassen van een woning. Bovendien kan een woning zich niet lenen voor aanpassing. Dat kan betekenen dat er eerst naar alternatieven gekeken zal moeten worden. Daarbij zal zo mogelijk rekening gehouden worden met de behoeften van de aanvrager. Dat wil zeggen dat in een afweging bepaald zal worden hoe die behoeften zich verhouden tot de belangen (met name financiële) van de gemeente. In de Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Moerdijk is het afwegingskader dat hierbij gehanteerd wordt opgenomen.
Ten aanzien van de vraag of de woning aangepast dient te worden of dat het plaatsen van een herplaatsbare woonunit ook een oplossing kan zijn, spelen afwegingen over afschrijving van de voorziening en over de vraag of de voorziening later hergebruikt kan worden een belangrijke rol. Gestreefd wordt aanpassingen die bestaan uit een aanbouw alleen dan te realiseren als vastgelegd kan worden dat deze aanpassing tijdens de gehele looptijd beschikbaar kan blijven voor personen met een beperking. Dit zal over het algemeen uitsluitend te realiseren zijn bij huurwoningen van sociaal verhuurders. In andere situaties (eigen woning) zal doorgaans gekozen worden voor het plaatsen van een losse woonunit.
Als een verhuizing naar een geschikte of gemakkelijker geschikt te maken woning de belanghebbende compenseert dan is aanpassing van de te verlaten woning niet aan de orde.
Artikel 8
Wonen in een geschikte woning
Onderdeel van Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Moerdijk