Wanneer een horeca-activiteit als een inrichting mag worden beschouwd, dan voldoet de activiteit aan twee eisen:
De activiteit wordt gedekt door de begripsomschrijving van “inrichting” in de Wet milieubeheer. Elke door de mens bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, ondernomen bedrijvigheid die binnen een zekere begrenzing pleegt te worden verricht.
De activiteit is aangewezen in het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer (Ivb).
Een inrichting in de zin van de Wm moet niet alleen voldoen aan de begripsomschrijving, maar moet ook kunnen worden gebracht onder een van de categorieën van het Ivb. De horeca-inrichtingen staan in categorie 18 van bijlage 1 van het Ivb, te weten; ‘Hotels, restaurants, pensions, cafés, cafetaria’s, snackbars en discotheken, evenals aanverwante inrichtingen waar tegen vergoeding logies worden verstrekt, dranken worden geschonken of spijzen voor directe consumptie worden bereid of verstrekt’.
Op grond van art. 8.1, lid 1, Wm is het verboden om zonder vergunning een inrichting op te richten, in werking te hebben, te veranderen of de werking te veranderen. Het tweede lid maakt daarop direct een belangrijke uitzondering. Het verbod geldt niet als voor de inrichting vergunningvervangende algemene regels gelden op grond van art. 8.40 Wm.
In het navolgende wordt eerst ingegaan op de milieuvergunning en daarna op vergunningvervangende algemene regels. Vervolgens wordt ingegaan op de geluidsregels- en normen voor de betreffende inrichtingen.
De milieuvergunning
Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd te beslissen op aanvragen om vergunningen. De aanvraag moet worden getoetst aan “het belang van de bescherming van het milieu”. Daaronder behoort onder meer naast de directe geluidsoverlast de indirecte hinder, dit is de geluidhinder ten gevolge van het rijden van en naar de inrichting of de parkeerhinder. Daarbij moet rekening gehouden worden met de richtlijnen waarbij o.a. gedacht kan worden aan de Handreiking industrielawaai en vergunningverlening.
Aan de vergunning worden voorschriften verbonden op basis van het alara-beginsel. Alara staat voor “as low as reasonable achievable”, de milieubelasting dient zo laag als redelijkerwijs mogelijk te zijn.
De Handreiking industrielawaai en vergunningverlening van oktober 1998 is een circulaire waarmee geluidsaspecten voor bedrijven die onder de Wm vallen, beoordeeld kunnen worden. De Handreiking meldt over bijzondere situaties dat een ontheffing verleend kan worden op de vergunningvoorschriften. Aan een ontheffing moet het college bij voorkeur maxima verbinden. Niet uitgesproken wordt hoe hoog deze maxima mogen zijn.
Overwegingen kunnen in dit kader zijn:
Mogelijkheden om gedragsregels van menselijk stemgeluid te handhaven;
Geluid dat niet versterkt wordt (geluid van bezoekers) niet betrekken bij de beoordeling;
Versterkte zang en geluid van toestellen/apparaten bij beoordeling betrekken;
Muziek één uur voor sluitingstijd uitzetten.
b. Verplichte aanwezigheid van eigen toezichthouders buiten inrichting.
c. Beperking van de openingstijden.
In de voorschiften van een milieuvergunning moet geregeld zijn onder welke voorschriften een ontheffing verleend kan worden. Hierin moet tevens vermeld zijn welke gegevens bij de ontheffingsaanvraag moeten worden aangeleverd. Het is niet toegestaan om een voorschrift op te nemen op grond waarvan nadere eisen kunnen worden gesteld. Dit kan rechtsongelijkheid met zich meebrengen. Jurisprudentie heeft dit bevestigd.
Waar in een vergunningaanvraag de mogelijkheid tot het houden van feesten gevraagd wordt, dient in de vergunning een ontheffing van de geluidsvoorschriften te worden opgenomen.
Per aanvraag om milieuvergunning wordt bekeken of activiteiten worden aangevraagd waarvoor een ontheffing op de geluidsvoorschriften nodig is. De Handreiking industrielawaai en vergunningverlening van oktober 1998 stelt hierover dat bij de ontheffing in principe de gewenste geluidsniveaus bekend moeten zijn. Probleem hierbij is dat niet in alle gevallen een akoestisch onderzoek naar de representatieve bedrijfssituatie gedaan wordt. Wel wordt in de aanvraag en waar nodig in de voorschriften aandacht besteed aan het voorkomen van overmatige hinder.
Als in de aanvraag geen activiteiten zijn aangegeven waarvoor ontheffing van de geluidsvoorschriften nodig is, wordt ook geen ontheffing verleend.
Aangezien het bovenstaande in de praktijk geen problemen oplevert, wordt deze lijn gehanteerd. Mocht onverhoopt een activiteit aangevraagd worden die niet in de vergunning is opgenomen en waarvoor medewerking gewenst is, dan wordt de APV gehanteerd.
In de gemeente Olst-Wijhe zijn op dit moment geen horeca-inrichtingen die onder de vergunningplicht vallen.
Besluit horeca-, sport- en recreatie-inrichtingen milieubeheer
In bovengenoemd besluit worden voor categorieën van inrichtingen algemene regels gesteld, die nodig zijn ter bescherming van het milieu. Voor deze inrichtingen vervalt het verbod uit de Wm om zonder vergunning een inrichting op te richten en in werking te hebben. Wel dient de houder van de inrichting een melding te verrichten aan het bevoegde gezag. In totaal vallen 45 inrichtingen in de gemeente onder het Besluit verdeeld over de volgende categorieën:
2 Hotels/pensions met keuken
3 Kampeerinrichtingen
18 Restaurants, cafetaria's, snackbars, viskramen e.d.
16 Cafe's, bars, discotheken
5 (sport)kantines
1 Cateraar
In het besluit staan voorschriften die o.a. betrekking hebben op geluid. Daarnaast is het mogelijk nadere eisen te stellen. Nadere eisen geven het bevoegde gezag de mogelijkheid om binnen een bandbreedte de voorschriften van het Besluit aan te scherpen of af te zwakken. Dergelijke besluiten staan open voor rechtsbescherming.
Via de APV kunnen gemeenten een concentratiegebied voor horecabedrijven aanwijzen. In een dergelijk gebied gelden dan niet de standaard geluidsvoorschriften voor inrichtingen, zoals aangegeven in het Besluit, maar specifieke voor het concentratiegebied vastgestelde geluidsvoorschriften. Gelet op de omvang van de horeca-activiteiten in onze gemeente worden geen concentratiegebieden voor horecabedrijven aangewezen.
Veel lawaaiige horeca-inrichtingen kunnen niet met de gestelde geluidsnormen uit de voeten. Voor hen is de ontheffingsregeling van belang. Gedurende maximaal 12 maal per jaar kan het bevoegde gezag ontheffing verlenen van de gestelde normen, mits geen ontoelaatbare situaties ontstaan. De gemeente heeft beleidsvrijheid om dit laatste nader in te vullen. In de APV Olst-Wijhe geldt de ontheffingsregeling voor maximaal zes incidentele festiviteiten per jaar. In het volgende hoofdstuk wordt hier nader op ingegaan.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.1
Inrichtingen
Onderdeel van Geluidbeleid bij horeca en evenementen gemeente Olst-Wijhe