In deze verordening wordt verstaan onder:
ADL-woning: een woning voor bewoners die zijn aangewezen op persoonlijke assistentie bij algemene dagelijkse levensverrichtingen.
adviseur: een door het gemeentebestuur aangewezen deskundige of deskundige instantie voor de advisering inzake de aanspraak op een voorziening.
algemeen gebruikelijk: een zaak of een voorziening is algemeen gebruikelijk indien deze voor een persoon als aanvrager naar algemene maatschappelijke normen algemeen gebruikelijk is.
belemmering: het langdurig gevolg van beperkingen waardoor problemen ontstaan bij het wonen en/of het zich verplaatsen.
beperkingen: langdurig en objectief aantoonbare gevolgen van een ziekte of gebrek in het lichamelijk en/of cognitief functioneren.
een al dan niet aangepaste gesloten buitenwagen: een niet met een motor uitgeruste vervoersvoorziening, dan wel uitgerust met een verbrandingsmotor met een cilinderinhoud van ten hoogste 50 cc voor de korte en middellange afstand, voor buitengebruik en niet breder dan 1 meter, waarmee volledig in de regionale vervoersbehoefte kan worden voorzien.
een collectief systeem van aanvullend vraagafhankelijk vervoer (CVV): een systeem zoals beschreven in artikel 6 lid b van het Besluit Personenvervoer 2000. Het vervoerssysteem rijdt alleen als er vraag is en heeft een regionale dekking met een reikwijdte van het gemeentelijk zorgplichtgebied ter grootte van de gemeente met een schil van vier openbaar vervoer zones eromheen.
een elektrische open buitenwagen: elektrisch aangedreven vervoersvoorziening voor de korte afstand, voor buitengebruik, die in bruikleen wordt verstrekt (scootermobiel).
ergonomische belemmeringen: belemmeringen als gevolg van een beperking van het bewegingsapparaat.
financiële tegemoetkoming: een tegemoetkoming in de kosten van een voorziening die kan worden afgestemd op het inkomen van de gehandicapte.
forfaitaire tegemoetkoming: een bijdrage ineens die los van het inkomen en los van de werkelijke kosten van een voorziening wordt verstrekt, al dan niet met inachtneming van de inkomensgrens.
gehandicapte: een persoon die ten gevolge van ziekte of gebrek aantoonbare beperkingen ondervindt op het gebied van het wonen of van het zich binnen of buiten de woning verplaatsen.
gemaximeerde tegemoetkoming: een tegemoetkoming in de kosten van een voorziening die tot een vastgesteld maximum wordt verstrekt, al dan niet met inachtneming van de inkomensgrens.
gemeenschappelijke ruimte: gedeelte(n) van een woongebouw, niet behorende tot de onderscheiden woningen, bestemd en noodzakelijk om de woning van de gehandicapte vanaf de toegang van het woongebouw te bereiken en ruimten die onder het gehuurde vallen en waarvan de gehandicapte voor het normale gebruik van de woning gebruik moet kunnen maken.
goedkoopst adequaat: niet duurder dan noodzakelijk en toch nog naar objectieve maatstaven doeltreffend, doelmatig en afgestemd op de specifieke situatie van de cliënt.
hoofdverblijf: de woonruimte, bestemd en geschikt voor permanente bewoning, waar de gehandicapte zijn vaste woon- en verblijfplaats heeft en in de gemeentelijke basisadministratie staat ingeschreven dan wel zal staan ingeschreven, dan wel het feitelijk woonadres indien de gehandicapte met een briefadres is.
inkomen:
Het bruto-inkomen (inclusief heffingskortingen en alimentatie), van de gehandicapte indien de gehandicapte 18 jaar of ouder is en geen echtgenoot heeft in de zin van artikel 1 lid 2 t/m 7 Wet voorzieningen gehandicapten, verminderd met de over het bruto-inkomen verschuldigde belasting, sociale verzekeringspremies en pensioenpremies;
Het gezamenlijk bruto-inkomen (inclusief heffingskortingen en alimentatie), van de ouders of pleegouders van de gehandicapte indien de gehandicapte jonger is dan 18 jaar en geen echtgenoot heeft in de zin van artikel 1 lid 2 t/m 7 Wet voorzieningen gehandicapten, verminderd met de over het bruto-inkomen verschuldigde belasting, sociale verzekeringspremies en pensioenpremies;
Het gezamenlijk bruto-inkomen (inclusief heffingskortingen en alimentatie) van de gehandicapte en zijn echtgenoot indien de gehandicapte een echtgenoot heeft in de zin van artikel 1 lid 2 t/m 7 Wet voorzieningen gehandicapten, verminderd met de over het bruto-inkomen verschuldigde belasting, sociale verzekeringspremies en pensioenpremies.
normbedrag: een forfaitaire of gemaximeerde tegemoetkoming in de kosten van een voorziening.
norminkomen: rekeninkomen ter hoogte van de van toepassing zijnde norm van de Wet werk en bijstand (voor de leeftijd vanaf 21 jaar).
standplaats: een kavel bestemd voor het plaatsen van een woonwagen (als bedoeld in de Woningwet), waarop voorzieningen aanwezig zijn die op het leidingnet van de openbare nutsbedrijven, andere instellingen of van gemeenten kunnen worden aangesloten.
technische levensduur: de gebruiksperiode waarna een verleende Wvg-voorziening als afgeschreven wordt beschouwd. Deze periode staat niet bij voorbaat vast. Indien een voorziening na een periode van gebruik in een zodanig technische staat verkeert dat reparatie niet meer mogelijk is, of dat de kosten van reparatie niet opwegen tegen de redelijk te verwachtten verlenging van de gebruiksduur wordt een in bruikleen of eigendom verleende voorziening als afgeschreven beschouwd.
uitraaskamer: een verblijfsruimte waarin een gehandicapte die vanwege een gedragstoornis ernstig ontremd gedrag vertoont zich kan afzonderen of tot rust kan komen.
voorziening: een woonvoorziening, een vervoersvoorziening of een rolstoel.
voorziening in natura: een voorziening die in eigendom of in bruikleen wordt verstrekt.
wet: de Wet voorzieningen gehandicapten (Wvg).
woningaanpassing: ingreep die gericht is op het opheffen of verminderen van ergonomische belemmeringen die een gehandicapte ondervindt bij het normale gebruik van de woonruimte en waarvan de kosten een bedrag van € 45.378 niet te boven gaan.
woonvoorziening: elke voorziening die verband houdt met een maatregel die gericht is op het opheffen of verminderen van beperkingen die een gehandicapte ondervindt bij het normale gebruik van de woonruimte.
woonwagen: een wagen als bedoeld in artikel 1 van de Woningwet.
zelfstandige vervoersbehoefte: de verplaatsingsbehoefte van een gehandicapte in het kader van het leven van “alle dag” in de directe woon- en leefomgeving ten behoeve van de deelneming aan het maatschappelijk leven.
HOOFDSTUK 1
Artikel 1.1
Begripsbepalingen
Onderdeel van Verordening voorzieningen gehandicapten 2005