**1..** Een voorziening wordt slechts toegekend voor zover:
deze in overwegende mate op het individu is gericht;
deze langdurig noodzakelijk is om diens belemmeringen op het gebied van het wonen of zich binnen of buiten de woning verplaatsen op te heffen of te verminderen;
deze, naar objectieve maatstaven gemeten, als de goedkoopst adequate voorziening kan worden aangemerkt.
**2..** Met uitzondering van hetgeen in het eerste lid sub a. is gesteld, kan een voorziening worden verstrekt in de vorm van een collectief vervoerssysteem als bedoeld in artikel 3.1 lid 1 en in de vorm van woningaanpassingen van gemeenschappelijke ruimten als bedoeld in artikel 2.6.
**2..** Geen voorziening wordt toegekend:
indien de voorziening voor een persoon als de aanvrager algemeen gebruikelijk is;
voor zover op grond van enige andere wettelijke regeling aanspraak op de voorziening bestaat;
voor zover de ondervonden ergonomische belemmeringen in de woning voortvloeien uit de aard van de in de woning gebruikte materialen en/of woon- bouwtechnische gebreken.