**1..** Het is verboden zonder vergunning van het college een standplaats in te nemen of te hebben.
**2..** Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd:
**a..** indien de aangevraagde locatie en/of categorie niet als zodanig zijn aangewezen in het in artikel 5:18 bedoelde stippenplan, met uitzondering van de seizoensgebonden en maatschappelijke standplaatsen;
**b..** indien de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand;
**c..** indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente redelijkerwijs te verwachten is dat door het verlenen van de vergunning voor een standplaats voor het verkopen van goederen een redelijk verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse in gevaar komt.
**d..** als de aanvrager niet in het bezit is van een pas van het Hoofdbedrijfschap Detailhandel en van een geldig legitimatiebewijs.
**3..** Een vergunning kan worden ingetrokken als:
**a..** de vergunninghouder handelt in strijd met het bij of krachtens deze verordening bepaalde;
**b..** indien de vergunninghouder niet of niet tijdig aan zijn betalingsverplichting voor het gebruik van de standplaats voldoet.
**4..** Het college kan voorschriften verbinden aan een standplaatsvergunning ten aanzien van het innemen en het gebruik van een standplaats en bijbehorende verkoopinrichting.
**5..** Het college kan nadere regels stellen aan de standplaatsen.
**6..** Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Hoofdstuk 5 › Afdeling 4
Artikel 5:16
Standplaatsvergunning
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening 2012