De Wet voorzieningen gehandicapten (Wvg) draagt de gemeente de zorg op voor de verstrekking van woonvoorzieningen, vervoersvoorzieningen en rolstoelen aan de in de gemeente woonachtige gehandicapten. De gemeentelijke Wvg-zorgplicht is beperkt. De eerste beperking betreft de bewoners van gezinsvervangende tehuizen en van instellingen voor begeleid wonen. Voor deze categorie van inwoners behoeft de gemeente slechts vervoersvoorzieningen en rolstoelen te verstrekken.
De tweede beperking betreft de bewoners van de op grond van de AWBZ erkende instellingen. De zorgplicht voor deze bewoners beperkt zich tot vervoersvoorzieningen. Voor bewoners van AWBZ erkende instellingen zonder indicatie voor de functie behandeling is de gemeente eveneens verplicht rolstoelen te verstrekken.
Het verlenen van de genoemde voorzieningen dient doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht te gebeuren met als streven, binnen redelijke grenzen, de mogelijkheden tot deelname aan het maatschappelijke leven van de gehandicapten te vergroten of te behouden.
De verstrekkingsdocumenten:
De verlening van de voorzieningen is vastgelegd in:
de Verordening voorzieningen gehandicapten;
dit verstrekkingenboek.
De verordening is gebaseerd op de wet en ontwikkelde jurisprudentie en geeft het raamwerk aan waarbinnen de verlening van voorzieningen moet plaatsvinden. Het verstrekkingenboek beschrijft de beleidsregels en - uitgangspunten en nadere uitvoeringsregels, de aanvraagprocedure, de indicatiestelling en de verlening van concrete voorzieningen en bevat een nadere omschrijving van die voorzieningen.
Hoofdstuk 1
Artikel 1.1
De zorgplicht
Onderdeel van Verstrekkingenboek voorzieningen gehandicapten 2005