Alleen door of namens een gehandicapte kan een aanvraag voor een Wvg-voorziening worden ingediend. Dit laatste moet dan blijken uit een machtiging van de gehandicapte of uit het feit, dat de aanvrager de wettelijk vertegenwoordiger is. De gehandicapte moet vallen onder de zorgplicht van de gemeente. Zie hiervoor ook hetgeen in 1.1. is vermeld.
Het begrip gehandicapte is in de wet omschreven en sluit die aanvragers uit bij wie geen ziekte of gebrek is aangetoond: “Een persoon die ten gevolge van ziekte of gebrek aantoonbare (=objectiveerbare) belemmeringen ondervindt op het gebied van het wonen of het zich binnen of buiten de woning verplaatsen”. Een medisch deskundigenadvies zal uitsluitsel moeten geven over het wel of niet in aanmerking kunnen komen voor een WVG voorziening. Hierna zal steeds verwezen worden naar de gehandicapte of de aanvrager, maar daarmee wordt tevens diens gemachtigde bedoeld.
Hoofdstuk 1
Artikel 1.2
De aanvrager
Onderdeel van Verstrekkingenboek voorzieningen gehandicapten 2005