Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.2

Financiële tegemoetkoming in verhuis- en inrichtingskosten

Onderdeel van Verstrekkingenboek voorzieningen gehandicapten 2005

1.. Het motief voor deze verstrekking is dat daarmee een aanpassing, die meer kost dan het onder 2.1 lid 2. genoemde kan worden voorkomen. Voorwaarden hiervoor zijn dat: in de te verlaten woonruimte medische belemmeringen zijn ondervonden. Andere verhuismotieven van gehandicapten kunnen geen reden zijn om deze tegemoetkoming te verstrekken, omdat in dat geval sprake is van algemeen gebruikelijke kosten. Dit betekent onder meer dat slechts een gehandicapte, die van een niet-adequate naar een adequate woning verhuist in aanmerking kan komen voor verhuis- en (her)inrichtingskosten. Een uitzondering hierbij vormt verhuizing van een aangepaste woning naar een ADL-woning. Het verhuismotief komt hier wel voort uit de handicap. de gehandicapte niet verhuist van of naar een woning, die niet geschikt is om het hele jaar te bewonen (en het gehele jaar bewoond mag worden). de gehandicapte niet verhuist naar een AWBZ-instelling. Bij twijfel over de vraag of een woning gezien moet worden als een voorziening in het kader van de AWBZ is doorslaggevend de vraag of de gehandicapte eigenaar is van de woning dan wel zelf de huur betaalt. In die gevallen wordt de woning niet beschouwd als een AWBZ-instelling. de gehandicapte niet verhuist op een moment, dat op basis van leeftijd, de gezinssituatie of woonsituatie de verhuizing ook zonder handicap algemeen gebruikelijk geacht zou zijn. Een voorbeeld is voor het eerst zelfstandig gaan wonen. 2.. Niet-gehandicapten, die achterblijven in een aangepaste woning nadat de gehandicapte de woning heeft verlaten (bijvoorbeeld door verhuizing of overlijden), kunnen ook voor deze voorziening in aanmerking komen. Voorwaarden hiervoor zijn dat : de verhuizing op verzoek van de gemeente plaats vindt en de woonruimte in het verleden voor meer dan het onder 2.1, 2. genoemde bedrag is aangepast of; de verhuizing een aanpassing voorkomt van een andere woning voor meer dan dat bedrag. 3.. De hoogte van de tegemoetkoming staat in principe vast. De tegemoetkoming in de kosten hiervan bedraagt ten hoogste € 2.912 maar kan in uitzonderingsgevallen gerelateerd worden aan de bespaarde investeringen in een woningaanpassing, indien dat om doelmatigheidsredenen noodzakelijk is.

Rechtspraak bij dit artikel