Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7

Artikel 38

Mutaties aantal klokuren binnen beschikbare capaciteit; inroostering gebruik

Onderdeel van Verordening onderwijshuisvesting Wormerland 2010

1.. De jaarlijkse opgave van het gewenste onderwijsgebruik van een gymnastiekruimte als bedoeld in artikel 5, vijfde lid, wordt beschouwd als een aanvraag in de zin van artikel19 (spoedeisend karakter), met dien verstande dat op de afhandeling van een dergelijke aanvraag het bepaalde in dit artikel van toepassing is. 2.. Het college stelt jaarlijks voor 1 mei voorafgaande aan het daaropvolgende schooljaar op basis van ingediende opgaven een voorstel tot inroostering vast van het onderwijsgebruik door basisscholen van de op het grondgebied van Wormerland gelegen gymnastiekruimten. Hiertoe wordt het gewenste onderwijsgebruik afgezet tegen de beschikbare capaciteit van de gymnastiekruimten, waarbij wordt uitgegaan van een capaciteit van 26 klokuren per gymnastiekruimte. 3.. Het college neemt bij de vaststelling van het voorstel tot inroostering het volgende in acht: De afstanden in relatie tot de omvang van het onderwijsgebruik van een gymnastiekruimte als volgt: 1 kilometer hemelsbreed bij noodzakelijk gebruik van tenminste 20 klokuren; 3,5 kilometer hemelsbreed bij noodzakelijk gebruik van tenminste 15 klokuren; 7,5 kilometer hemelsbreed bij noodzakelijk gebruik van tenminste 5 klokuren. Het bevoegd gezag van een niet door de gemeente in stand gehouden school dat eigenaar is van een gymnastiekruimte wordt voor de betreffende school het eerste ingeroosterd voor die gymnastiekruimte; Het gymnastiekonderwijs van een school wordt zoveel mogelijk ingeroosterd in één gymnastiekruimte. 4.. Het voorstel tot inroostering vermeldt per school voor basisonderwijs de volgende gegevens: Het aantal klokuren waarvoor de school wordt ingeroosterd in een gymnastiekruimte; De aanduiding van de gymnastiekruimte waarin en de tijden gedurende welke het onderwijsgebruik plaatsvindt; Een nadere onderverdeling van het aantal klokuren per gymnastiekruimte wanneer het gebruik in meer dan één gymnastiekruimte plaatsvindt; Voor zover het gewenste aantal klokuren hoger is dan het aantal klokuren dat ingevolge artikel 38, eerste lid voor bekostiging door de gemeente in aanmerking komt, wordt vermeld hoeveel klokuren voor rekening komen van het bevoegd gezag van de school. Het college neemt het aantal klokuren als bedoeld in dit lid onder d slechts op in het voorstel tot inroostering voor zover daarvoor nog capaciteit beschikbaar is, nadat rekening is gehouden met het totale klokuurgebruik dat voor bekostiging door de gemeente in aanmerking komt. 5.. Het college stuurt het voorstel tot inroostering binnen twee weken na vaststelling toe aan de bevoegde gezagsorganen van de basisscholen. De bevoegde gezagsorganen worden daarbij uitgenodigd voor een overleg over het voorstel. Dit overleg vindt plaats binnen twee weken na toezending van het voorstel. In het overleg worden de vertegenwoordigers van de bevoegde gezagsorganen in de gelegenheid gesteld te reageren op het voorstel tot inroostering. 6.. Het college stelt voor 15 juni en met inachtneming van de reacties van de bevoegde gezagsorganen de definitieve inroostering vast van het gebruik van de gymnastiekruimten voor het volgende schooljaar. Als het college daarbij afwijkt van de reacties van de bevoegde gezagsorganen, dan motiveert het college dat. 7.. Binnen twee weken na vaststelling van de inroostering ontvangen de bevoegde gezagsorganen een schriftelijke mededeling van het college over de inroostering in de beschikbare gymnastiekruimten van de basisscholen die onder hun gezag staan. Deze mededeling is te beschouwen als een beslissing in de zin van artikel 22 en, indien van toepassing, een beslissing in de zin van artikel 32, vierde lid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel