Het college ziet af van het toepassen van een verlaging indien:
elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt; of
de gedraging meer dan een jaar voor constatering van die gedraging door het college heeft plaats gevonden.
Het college kan afzien van een verlaging indien het daarvoor dringende redenen aanwezig
acht.
3.Indien het college afziet van een verlaging op grond van dringende redenen, wordt een
belanghebbende hiervan schriftelijk op de hoogte gesteld.
Hoofdstuk 1.
Artikel 3.
Afzien van een verlaging
Onderdeel van Afstemmingsverordening Wet werk en bijstand, IOAW en IOAZ Krimpen aan den IJssel 2013