Het verlagen van de bijstand vindt plaats door middel van een besluit. Wanneer de verlaging bij een lopende uitkering wordt toegepast, wordt een besluit tot vaststelling van de algemene bijstand op grond van artikel 45 WWB genomen.
Wordt een verlaging met terugwerkende kracht opgelegd, dan moet een besluit tot herziening van de bijstand worden genomen (artikel 54, derde lid). Tegen beide besluiten kan door de belanghebbende bezwaar en beroep worden aangetekend.
In dit artikel wordt aangegeven wat in het besluit in ieder geval moet worden vermeld. Deze
eisen vloeien rechtstreeks voort uit de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en dan met het
motiveringsbeginsel. Het motiveringsvereiste houdt onder andere in dat een besluit kenbaar
is en van een deugdelijke motivering wordt voorzien.
Hoofdstuk 1.
Artikel 4.
Het besluit tot opleggen van een verlaging
Onderdeel van Afstemmingsverordening Wet werk en bijstand, IOAW en IOAZ Krimpen aan den IJssel 2013