1.Voordat een verlaging wordt toegepast, wordt de belanghebbende in de gelegenheid
gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen.
Het horen van de belanghebbende kan achterwege worden gelaten als:
de vereiste spoed zich daartegen verzet;
de belanghebbende reeds eerder in de gelegenheid is gesteld zijn zienswijze naar
voren te brengen en zich sindsdien geen nieuwe feiten of omstandigheden hebben
voorgedaan;
c.het horen van de belanghebbende redelijkerwijs niet noodzakelijk is voor de
vaststelling van de ernst van de gedraging, van de mate van verwijtbaarheid en van
de persoonlijke omstandigheden van de belanghebbende.
Hoofdstuk 1.
Artikel 5.
Horen van belanghebbende
Onderdeel van Afstemmingsverordening Wet werk en bijstand, IOAW en IOAZ Krimpen aan den IJssel 2013