**1..** De bijstandsnorm voor gehuwden van 21 jaar of ouder, doch jonger dan
de pensioengerechtigde leeftijd, wordt lager vastgesteld indien de
belanghebbende lagere algemeen noodzakelijk kosten van het bestaan
heeft dan waarin de bijstandsnorm voorziet, als gevolg van het
geheel of gedeeltelijk kunnen delen van deze kosten met een
ander.
**2..** Inwonende eigen kinderen van 18, 19 en 20 jaar alsmede inwonende
eigen kinderen van 21 jaar en ouder die een financiering op grond
van de Wet op studiefinanciering, dan wel een tegemoetkoming in de
studiekosten op grond van hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming
studiekosten ontvangen, hebben geen invloed op de te verstrekken
bijstandsnorm.
**3..** De verlaging als bedoeld in het eerste lid bedraagt 10% van het
netto minimumloon.
**4..** Indien de gehuwden niet aantonen dat zij de kosten niet kunnen delen
met een ander wordt een verlaging van 20% toegepast.
Artikel 5 Verlaging in verband met ontbreken van woonkosten
De bijstandsnorm of de toeslag wordt lager vastgesteld
indien de alleenstaande, de alleenstaande ouder of de
gehuwde lagere algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan
heeft dan waarin de bijstandsnorm of de toeslag voorziet,
als gevolg van de bewoning van een woning waaraan geen
kosten zijn verbonden.
De verlaging als bedoeld in het eerste lid bedraagt voor
personen van 21 jaar of ouder, doch jonger dan de
pensioengerechtigde leeftijd 20% van het netto
minimumloon.
De in het tweede lid bedoelde verlagingen vinden bij
voorrang plaats op de toeslag.
Hoofdstuk 2.
Artikel 4
Verlaging voor gehuwden
Onderdeel van Toeslagenverordening Wet werk en bijstand Krimpen aan den IJssel 2013