Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 4

Verlaging voor gehuwden

Onderdeel van Toeslagenverordening Wet werk en bijstand Krimpen aan den IJssel 2013

1.. De bijstandsnorm voor gehuwden van 21 jaar of ouder, doch jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd, wordt lager vastgesteld indien de belanghebbende lagere algemeen noodzakelijk kosten van het bestaan heeft dan waarin de bijstandsnorm voorziet, als gevolg van het geheel of gedeeltelijk kunnen delen van deze kosten met een ander. 2.. Inwonende eigen kinderen van 18, 19 en 20 jaar alsmede inwonende eigen kinderen van 21 jaar en ouder die een financiering op grond van de Wet op studiefinanciering, dan wel een tegemoetkoming in de studiekosten op grond van hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming studiekosten ontvangen, hebben geen invloed op de te verstrekken bijstandsnorm. 3.. De verlaging als bedoeld in het eerste lid bedraagt 10% van het netto minimumloon. 4.. Indien de gehuwden niet aantonen dat zij de kosten niet kunnen delen met een ander wordt een verlaging van 20% toegepast. Artikel 5 Verlaging in verband met ontbreken van woonkosten De bijstandsnorm of de toeslag wordt lager vastgesteld indien de alleenstaande, de alleenstaande ouder of de gehuwde lagere algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan heeft dan waarin de bijstandsnorm of de toeslag voorziet, als gevolg van de bewoning van een woning waaraan geen kosten zijn verbonden. De verlaging als bedoeld in het eerste lid bedraagt voor personen van 21 jaar of ouder, doch jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd 20% van het netto minimumloon. De in het tweede lid bedoelde verlagingen vinden bij voorrang plaats op de toeslag.

Rechtspraak bij dit artikel