Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 8

Artikel 8

Onderdeel van Alcohol-, drugs- en medicijnenbeleid

De direct leidinggevende deelt aan de medewerker mee dat hij wellicht gebruik van medicijnen, alcoholhoudende drank en/of drugs vermoedt en geeft opdracht tot het staken van de werkzaamheden; De direct leidinggevende neemt contact op met een medewerker P&O en geeft duidelijk aan waarop zijn vermoedens zijn gebaseerd; Ingeval van vermoedelijk medicijn- (zonder melding als in artikel 4a) drank- en/of drugsgebruik zal de bedrijfsarts op dit gebied geraadpleegd moeten worden om de geconstateerde kenmerken en gedragingen mee te bespreken; Indien de medewerker zelf te kennen geeft zich schuldig te hebben gemaakt aan medicijn- (zonder melding als in artikel 4a) drank- en/of drugsgebruik tijdens werktijd, komt het genoemde in punt 3 van dit artikel te vervallen; Wanneer wordt geconstateerd dat de medewerker onder invloed verkeert van medicijn- (zonder melding als in artikel 4a) alcohol- en/of drugs, wordt overgegaan op artikel 9 of 10; De direct leidinggevende legt wat onder lid 1, 2, 3 en 4 is besproken schriftelijk vast in een gesloten couvert en draagt zorg voor opname in het personeelsdossier. Wanneer is aangetoond dat het vermoeden onjuist is geweest wordt het gesloten couvert uit het personeelsdossier gehaald.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel