**1..** Het is verboden in, op of aan een onroerende zaak een alarminstallatie geïnstalleerd te hebben die een voor de omgeving opvallend geluids- of lichtsignaal kan produceren tenzij:
de alarminstallatie voldoet aan de veiligheidsvoorschriften voor laagspanningsinstallatie NEN 1010 en, indien deze worden aangesloten op een zogenaamde huisinstallatie (220 of 230/380 volt), overeenkomstig de aansluitvoorwaarden van het energiebedrijf ter keuring is aangeboden aan het energiebedrijf dan wel aan een door het energiebedrijf aangewezen of bevoegd verklaarde elektrotechnische installateur/waarborginstallateur;
tenminste een maal per jaar een onderhoudscontrole aan de alarminstallatie plaatsvindt door een erkende installateur;
een schriftelijke rapportage van de onderhoudscontrole door bedoelde installateur tot de datum van de volgende controle wordt bewaard en desgevraagd ter inzage wordt verstrekt aan de toezichthoudende ambtenaren;
een geluidssignaal, zoals een bel of een sirene, automatisch stopt nadat het maximaal drie minuten heeft gewerkt;
het alarm geen repeterend karakter heeft;
het door de alarminstallatie voortgebrachte alarmsignaal voor de omgeving zo weinig mogelijk overlast veroorzaakt;
het door de alarminstallatie voortgebrachte alarmsignaal in ieder geval het geluidsniveau van 100 dB, gemeten op een afstand van 1 meter van het signaalgevende object, niet overschrijdt;
de rechthebbende op de installatie er zorg voor draagt
dat de politie over ten minste twee adressen beschikt van personen die, bij afwezigheid van de rechthebbende op het met een luid alarminstallatie beveiligde pand, ter plaatse kunnen komen, beschikken over de sleutels van het pand en overweg kunnen met de alarminstallatie, dan wel
dat er tenminste twee in de onmiddellijke omgeving van het met de alarminstallatie beveiligde pand woonachtige personen zijn die, bij afwezigheid van de rechthebbende op het met een luid alarminstallatie beveiligde pand, ter plaatse kunnen komen, beschikken over de sleutels van het pand en overweg kunnen met de alarminstallatie.
**2..** De rechthebbende op de alarminstallatie is verplicht toe te staan dat deskundigen, die daartoe door burgemeester en wethouders zijn aangewezen, een onderzoek instellen naar de deugdelijkheid van de installatie.
**3..** Het in het eerste en tweede lid bepaalde is niet van toepassing voorzover de Wet op de particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus van toepassing is.
HOOFDSTUK 2 › Afdeling 4
Artikel 2.4.16
Alarminstallaties
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening 1995