Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2 › Afdeling 4

Artikel 2.4.17

Loslopende honden, verboden plaatsen, identificatie

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening 1995

1.. Het is de rechthebbende op of de houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen: op de weg zonder dat die hond aangelijnd is; op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide of op een andere door burgemeester en wethouders aangewezen plaats dan wel op de weg zonder voorzien te zijn van een halsband of een door middel van tatoeage aangebracht identificatiemerk, die de rechthebbende of houder duidelijk doet kennen. 2.. Het in het eerste lid aanhef en onder a gestelde verbod geldt niet op door burgemeester en wethouders aangewezen plaatsen (hondenuitlaatplaatsen).

Rechtspraak bij dit artikel