Subsidie als bedoeld in artikel 3.1 kan alleen worden verleend als:

  • - de uit te voeren werkzaamheden passen binnen de doelstellingen van het landschapsontwikkelingsplan.
  • - de beplanting die deel uit maakt van het natuur- en landschapselement inheems, streekeigen is (zie bijlage).
  • - het natuur- en landschapselement kan worden aangemerkt als een drager van het landschap.