Eerste lid
Het afzien van het opleggen van een maatregel ‘indien elke vorm van verwijtbaarheid’ ontbreekt, is geregeld in artikel 18, tweede lid, WWB, dan wel artikel 20, lid 3, IOAW/IOAZ. Het college kan in beleidsregels neerleggen hoe het van plan is om te gaan met de beoordeling van de verwijtbaarheid, door bijvoorbeeld aan te geven welke gedragingen in principe altijd verwijtbaar worden geacht en welke gedragingen in beginsel nooit. Ook kan in beleidsregels worden vastgelegd in welke gevallen sprake is of kan zijn van verzachtende omstandigheden.
Een andere reden om af te zien van het opleggen van een maatregel is dat de gedraging te lang geleden heeft plaatsgevonden (verjaring). Omwille van de effectiviteit is het nodig dat een maatregel spoedig nadat de gedraging heeft plaatsgehad, wordt opgelegd.
Om deze reden wordt onder b. geregeld dat het college geen maatregelen oplegt voor gedragingen die langer dan één jaar geleden hebben plaatsgevonden. Gemeenten kunnen uiteraard voor een kortere of langere periode kiezen.
Tweede lid
Hierin wordt geregeld dat het college kan afzien van het opleggen van een maatregel indien het daarvoor dringende redenen aanwezig acht. Wat dringende redenen zijn, is afhankelijk van de concrete situatie en kan dus niet op voorhand worden vastgelegd.
Derde lid
Het doen van een schriftelijke mededeling dat het college afziet van het opleggen van een maatregel wegens dringende redenen is van belang in verband met eventuele recidive.
Een waarschuwing in plaats van een maatregel
Gemeenten kunnen in hun verordening in dit artikel ook regelen dat in beginsel eerst altijd een waarschuwing wordt gegeven voordat een maatregel wordt opgelegd.
In deze verordening is hiervoor niet gekozen. In principe wordt altijd een maatregel opgelegd, in individuele gevallen is het echter mogelijk af te zien van het opleggen van een maatregel en in plaats daarvan een waarschuwing te geven.
Deze mogelijkheid wordt in de desbetreffende artikelen over de indeling in categorieën gegeven en is uitsluitend mogelijk bij gedragingen van de 1e categorie en geringe verwijtbaarheid. Een schriftelijke waarschuwing is feitelijk ook een maatregel. Dat wil zeggen dat bij herhaling in principe de uitkering wordt verlaagd met toepassing van de recidiveregels.
Hoofdstuk 1.
Artikel 6.
Afzien van het opleggen van een maatregel
Onderdeel van Handhaving- en Afstemmingverordening WWB/ Bbz/IOAW/IOAZ 2013 gemeente Goes