Installaties worden beoordeeld aan de hand van onderstaande criteria: • per type maximaal één installatie aan, op of bij een pand
• binnen de invloedssfeer van een monument uit het zicht van het openbaar toegankelijk gebied plaatsen
• bij overige gebouwen installaties bij voorkeur aan of achter de achtergevel bevestigen en in ieder geval achter de voorgevellijn plaatsen
• slank vormgeven (een minimum aan dwarssprieten kan hiertoe bijdragen)
• materialen en kleuren onopvallend (zoals gegalvaniseerd, antraciet of grijs)
Hoofdstuk 4 › Paragraaf
Artikel 147
Criteria voor gewone en luwe gebieden
Onderdeel van Welstandsnota Vlaardingen