Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf

Artikel 18

Welstandscriteria

Onderdeel van Welstandsnota Vlaardingen

Bij de beoordeling van bouwplannen wordt in samenhang met de beschrijving getoetst aan de hand van de volgende criteria: Ligging • het kleinstedelijke karakter van het gebied behouden • hoofdgebouwen oriënteren op de belangrijkste openbare ruimte (er is een duidelijk onderscheid in voor- en zijgevels) • rooilijnen van de hoofdmassa’s volgen de weg en verspringen enigszins ten opzichte van elkaar, bij rijen is de rooilijn in samenhang • historische perceelsbreedten en samenhangende straatwanden behouden • gevels zijn deel van straatwanden, waaraan de perceelsbreedte is af te lezen • hoofdmassa’s staan direct aan de weg of zijn voorzien van een stoep • grootschalige bebouwing staat bij voorkeur op achterterreinen • bijgebouwen staan bij voorkeur uit het zicht en achter de voorgevelrooilijn Massa • de bouwmassa is evenwichtig, in harmonie met het kleinstedelijke karakter van het gebied en afgestemd op de oorspronkelijke bebouwingskenmerken (hoofdvorm, breedte en nokrichting) • gebouwen zijn individueel en afwisselend en hebben een eenvoudige tot gedifferentieerde opbouw met een eenvoudige rechthoekige plattegrond • de individuele woning binnen een rij of complex is deel van het geheel • gebouwen hebben bij voorkeur één tot twee lagen met eenduidige kap • aan de haven komt bebouwing van drie tot vier lagen met kap voor • de nokrichting is in beginsel evenwijdig aan de verkavelingsrichting of de weg • de entree ligt in principe aan de belangrijkste openbare ruimte • uitbreidingen zoals aanbouwen en dakkapellen vormgeven als toegevoegd ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa • bijgebouwen zijn ondergeschikt aan het hoofdvolume en hebben bij voorkeur een eenvoudige kap van minstens 30 graden • gebouwen met bijzondere functies mogen afhankelijk van hun positie in het gebied afwijken van gebruikelijke massa, opbouw en vorm Architectonische uitwerking • architectonische uitwerking en detaillering zijn rijk, zorgvuldig en evenwichtig • de architectuur volgt het beeld van de kleinstedelijke bebouwing met nadruk op de voorgevel en een verticale hoofdgeleding met hoge begane grond • top- en lijstgevels met geprofileerde kroonlijsten toepassen • gevelcomposities zijn samenhangend en afgestemd op de bestaande situatie • elementen in de gevel in een logische verhouding plaatsen • gevelopeningen zijn staand of verticaal onderverdeeld • kozijnen, dakgoten, daklijsten, windveren en dergelijke zorgvuldig detailleren • wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op hoofdvolume Materiaal en kleur • materialen en kleuren zijn ingetogen, verouderen mooi, harmoniëren met belendingen en passen in het traditionele straatbeeld • gevels in hoofdzaak uitvoeren in aardkleurige of gele baksteen of in lichte tint pleisteren of keimen, hellende daken dekken met matte keramische pannen • kozijnen, lijsten en dergelijke in principe uitvoeren in hout • kleuren harmoniëren met de omgeving en zijn bij voorkeur traditioneel

Rechtspraak bij dit artikel