Oostwijk is de eerste uitbreiding van Vlaardingen en heeft gevarieerde, kleinschalige bebouwing uit diverse periodes in een compacte structuur met als basis het individuele pand of de korte rij met een kleinstedelijk karakter. Het gebied bestaat uit de bebouwing aan en in de omgeving van de Schiedamseweg, Emmastraat, Oosterstraat en 2e Van Leyden Gaelstraat. Daarnaast maken het Oranjepark en park Het Hof deel uit van het gebied.
De straten zijn stenig en hebben vrijwel aaneengesloten straatwanden met individuele panden en korte rijen woningen. De woningen variëren van bescheiden arbeiderswoningen in de buurt de haven tot luxe ambtswoningen aan de hoofdwegen en enkele randen van het gebied. Ook zijn er middenklassewoningen in de wijk te vinden. In het gebied is sprake van enige functiemenging. Voortuinen komen vrijwel alleen aan de hoofdwegen voor.
De rooilijn van de bebouwing volgt de weg en heeft kleine verspringingen. Bij rijen is de rooilijn in samenhang. Bebouwing is georiënteerd op de weg. De bebouwing is gevarieerd en individueel, hoewel bij rijen herhaling voorkomt.
De opbouw is eenvoudig tot gedifferentieerd en bestaat veelal uit één tot twee lagen met een kap. Aan hoofdwegen komt ook bebouwing van drie tot vier lagen voor. De nokrichting loopt evenwijdig aan of staat haaks op de weg. Gevels hebben in het algemeen een traditionele opbouw. Winkels en bedrijven hebben veelal een afwijkende begane grond. Er komen veel verschillende op- en aanbouwen voor.
Het gebied heeft een grote diversiteit aan architectuurstijlen en een zorgvuldige detaillering, variërend van sober tot rijk. Materialen en kleuren zijn divers en terughoudend. Gevels zijn van baksteen, soms geverfd of gepleisterd in een lichte tint en de kap is veelal gedekt met keramische pannen. Kozijnen zijn gewoonlijk uitgevoerd in geschilderd houtwerk. Bijgebouwen zijn van steen of hout. De begane grondlaag van bedrijven wijkt vaak af van de bovenlaag.
Uitzondering is zijn de stadsvernieuwingsblokken die met name aan de zuidzijde van de wijk te vinden zijn. De bebouwing heeft hier veelal drie tot vier lagen en bestaat in tegenstelling tot de oude binnenstad uit complexen in plaats van individuele panden. Deze complexen hebben een seriematige en sobere uitwerking. De gevels hebben geen nadrukkelijke hiërarchie en worden vaak beëindigd met een plat dak.
Bijzondere elementen zijn gebouwen met een afwijkende functie, zoals scholen, kerken en een enkel bedrijf. Deze gebouwen vormen accenten door hun vrije ligging in het stedelijk weefsel en wijken af in massa, opbouw en vorm.