De welstandsnota is niet bedoeld als leesboek, maar opgesteld als een naslagwerk. De nota bevat verschillende beoordelingskaders. Hoofdstuk 2 beschrijft de basis van het welstandstoezicht in het licht van de opbouw en ontwikkeling van de gemeente. De daaropvolgende hoofdstukken bevatten de criteria, die de gemeente hanteert bij de beoordeling van bouwplannen. Wie wil weten welke criteria op een aanvraag van toepassing zijn, doorloopt de volgende stappen om het juiste beoordelingskader te vinden (zie ook het hiernaast afgebeelde stroomschema): • Betreft het beoogde bouwwerk cultureel erfgoed zoals in hoofdstuk 5 beschreven?
Voor bouwplannen in beschermde gezichten en binnen de invloedssfeer van cultureel erfgoed zoals monumenten en karakteristieke panden is een specifiek beoordelingskader opgenomen die de commissie gebruikt in afwijking van of aanvulling op die van het gebied, waarin het bouwwerk staat.
• Zijn de criteria voor objecten van toepassing op het beoogde bouwwerk?
Voor veel voorkomend (bescheiden) objecten als dakkapellen, aanbouwen en dakopbouwen zijn in hoofdstuk 4 zo vast mogelijk omlijnde criteria opgenomen, die in beginsel door de hele gemeente gelijk zijn.
• In welk gebied wordt het beoogde bouwwerk geplaatst?
Voor plannen die niet met de objectcriteria te beoordelen zijn gelden de gebiedscriteria van hoofdstuk 3. Deze bieden ruimte voor interpretatie. In het straatnamenregister (bijlage 3) is per straat aangegeven welke gebiedscriteria van toepassing zijn. Indien gewenst kan met een vertegenwoordiger van de commissie worden gesproken over de interpretatie van dit beoordelingskader in het licht van het beoogde plan.