Hoofdstuk 2 beschrijft wat wordt verstaan onder redelijke eisen van welstand en hoe dit vertaald is in algemene criteria en een excessenregeling. De algemene welstandscriteria zijn de regels van het vakmanschap en gelden als uitgangspunt voor iedere welstandsbeoordeling. De excessenregeling bevat criteria voor bouwwerken en andere vergunningplichtige activiteiten die zonder vergunning of in afwijking van een vergunning zijn gerealiseerd, maar zo onder de maat zijn dat zij als exces moeten worden gezien. Met behulp van deze criteria kan de gemeente achteraf optreden tegen misstanden.
In hoofdstuk 3 wordt voor de gebieden in de gemeente aangegeven op welke wijze het vakmanschap zou moeten worden ingevuld. De beschrijvingen en criteria geven aan welke eigenschappen wenselijk zijn en dienen als agenda voor de beoordeling door de welstandscommissie.
Hoofdstuk 4 bevat criteria voor veel voorkomende objecten als dakkapellen en bijgebouwen.
Hoofdstuk 5 bevat criteria voor bouwplannen in beschermde gezichten en aan of in de invloedssfeer van monumenten en beeldbepalende panden.
In de bijlagen zijn een begrippenlijst, de tekst van de algemene criteria en een register van straatnamen met een verwijzing naar de betreffende gebiedsbeschrijving(en) opgenomen.
De in de nota opgenomen foto’s zijn te zien als illustratie bij de gebiedsbeschrijving (dus niet als afbeelding van de gewenste eigenschappen).