Wanneer een vergunninghouder is overleden, valt het recht op diens standplaats toe aan de overblijvende echtgenoot of kind(eren) voorzover deze door de arbeid van de overledenen werden onderhouden, mits de overblijvende echtgenoot of kind(eren) hiertoe binnen twee maanden na het overlijden van de houder van de standplaats het verzoek daartoe doet bij het college.
Hoofdstuk 5 › Afdeling 2a
Artikel 5.2a.7
Overlijden vergunninghouder
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Harlingen