Het college kan een standplaatsvergunning intrekken
a. indien de vergunninghouder of een persoon die hem bijstaat gedurende drie opeenvolgende weken de hem toegewezen plaats niet heeft bezet, tenzij zulks zijn oorzaak vindt in omstandigheden, die betrokkene niet zijn toe te rekenen of in naar het oordeel van het college gelijk te stellen gevallen en van deze omstandigheden tijdig wordt kennisgegeven aan het college;
b. indien hij het marktgeld niet tijdig voldoet;
c. door opzegging zijnerzijds van de standplaats;
d. door overlijden, onverminderd het bepaalde in artikel 5.2a.7;
e. indien zich een van de situaties genoemd in artikel 5.2a.16 voordoet.
Hoofdstuk 5 › Afdeling 2a
Artikel 5.2a.8
Intrekking standplaatsvergunning
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Harlingen