1.. Het aantal personen dat heeft overnacht, wordt met betrekking tot:

  • - mobiele kampeeronderkomens, vakantieonderkomens en stacaravans op vaste jaarplaatsen bepaald op 3;
  • - mobiele kampeeronderkomens en stacaravans op vaste seizoenplaatsen bepaald op 2,4;
  • - mobiele kampeeronderkomens op seizoenplaatsen of bepaald op 2,4.
  • - mobiele kampeeronderkomens op toeristische plaatsen bepaald op:

    1o 2,4, indien sprake is van een voorseizoenarrangement;

    2o 2,4, indien sprake is van een verlengd voorseizoenarrangement;

    3o 2,2, indien sprake is van een naseizoenarrangement;

    4o 2,1, indien sprake is van een maandarrangement;

    5o 2,1, indien sprake is van een winterarrangement.

2.. Het aantal malen dat door de in het eerste lid bedoelde personen is overnacht, wordt:

  • - in geval van het eerste lid, sub a, bepaald op: 60;
  • - in geval van het eerste lid, sub b, bepaald op: 50;
  • - in geval van het eerste lid, sub c, bepaald op: 50.
  • - in geval van het eerste lid, sub d, bepaald op:

    1o 29, indien sprake is van een voorseizoenarrangement;

    2o 39, indien sprake is van een verlengd voorseizoenarrangement;

    3o 14, indien sprake is van een naseizoenarrangement;

    4o 12, indien sprake is van een maandarrangement;

    5o 16, indien sprake is van een winterarrangement.