**1..** De gedragingen bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de Wet werk en bijstand en de artikelen 20 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers en 20 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen IOAZ worden onderscheiden in de volgende categorieën:
**2..** eerste categorie:
het niet of onvoldoende nakomen van een extra verplichting opgelegd met toepassing van artikel 55 WWB, anders dan een verplichting die strekt tot arbeidsinschakeling;
het niet of onvoldoende nakomen van een aan belanghebbende opgelegde extra verplichting om eraan mee te werken dat het college in diens naam noodzakelijke betalingen uit de toegekende bijstand verricht als bedoeld in artikel 57 WWB.
tweede categorie:
a.het niet als werkzoekende geregistreerd zijn of blijven bij het UWV, zoals bedoeld in artikel 9 van de WWB;
het uit houding en gedrag ondubbelzinnig laten blijken de verplichtingen zoals bedoeld in artikel 9 lid 1 onderdeel b WWB respectievelijk artikel 37 lid 1 onderdeel e IOAW en artikel 37 lid 1 onderdeel e IOAZ niet te willen nakomen, wat heeft geleid tot het intrekken van de ontheffing van de arbeidsplicht voor een alleenstaande ouder zoals bedoeld in artikel 9a lid 1 WWB respectievelijk 38 lid 1 IOAW en artikel 38 lid 1 IOAZ.
derde categorie:
het blijk geven van tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan, behoudens wanneer het betreft het door eigen toedoen niet behouden van arbeid in dienstbetrekking;
het niet naar vermogen trachten algemeen geaccepteerde arbeid in dienstbetrekking te verkrijgen;
het niet of onvoldoende nakomen van de verplichting tot gebruikmaken van geboden re-integratievoorzieningen, waaronder begrepen het niet of onvoldoende meewerken aan een onderzoek naar de mogelijkheden tot arbeidsinschakeling, scholing of sociale activering;
het niet of onvoldoende meewerken aan het opstellen, uitvoeren en/of evalueren van een plan van aanpak zoals bedoeld in artikel 44a WWB;
het niet of onvoldoende nakomen van een verplichting die strekt tot arbeidsinschakeling en is opgelegd met toepassing van artikel 55 WWB;
het onvoldoende nakomen van de verplichtingen zoals bedoeld in artikel 9 lid 1 WWB, voor zover het gaat om een persoon jonger dan 27 jaar, gedurende vier weken na de melding zoals bedoeld in artikel 43 lid 4 en 5 WWB.
vierde categorie:
het door eigen toedoen niet behouden van algemeen geaccepteerde arbeid;
het niet aanvaarden van algemeen geaccepteerde arbeid;
het zich ernstig misdragen tegenover een medewerker belast met de uitvoering van de wet.