**1..** Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 en 1:8 weigert de
burgemeester de aangevraagde horeca-exploitatievergunning of
trekt deze in indien:
de vestiging of de exploitatie van het horecabedrijf in
strijd is met een geldend bestemmings- of omgevingsplan,
beheersverordening, exploitatieplan of
voorbereidingsbesluit;
de exploitant of leidinggevende in enig opzicht van
slecht levensgedrag is;
de exploitant of leidinggevende niet de leeftijd van 21
jaar heeft bereikt;
de exploitant of leidinggevende onder curatele of bewind
is gesteld;
de ingediende bescheiden niet of niet langer
overeenstemmen met de feiten, welke relevant zijn voor
de door de burgemeester te nemen of genomen
beslissing;
**2..** De burgemeester kan de vergunning als bedoeld in het eerste lid
geheel of gedeeltelijk weigeren of intrekken, indien naar zijn
oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in
de omgeving van het horecabedrijf en/of de openbare orde op
ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed door de
aanwezigheid van het horecabedrijf, dan wel indien de veiligheid
en gezondheid van de bezoekers van die inrichting, gelet op de
wijze waarop die inrichting zal worden of wordt geëxploiteerd,
in gevaar gebracht kan worden en daar redelijkerwijze niet in
kan worden voorzien door het stellen van voorschriften en/of
beperkingen. Bij de toepassing van de genoemde weigeringsgronden
houdt de burgemeester rekening met:
het karakter van de straat en de wijk, waarin het
horecabedrijf is gelegen of zal zijn gelegen;
de aard van het horecabedrijf;
de spanning waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds
blootstaat of bloot zal komen te staan door de
exploitatie van het horecabedrijf;
de wijze van exploitatie van de vergunninghouder en
leidinggevende(n) in dit horecabedrijf of andere
horecabedrijven;
**3..** In afwijking van het bepaalde in artikel 2:10 beslist de
burgemeester in geval van een vergunningaanvraag die ook
betrekking heeft op een of meer bij het horecabedrijf behorende
terrassen voor zover deze zich op de weg bevinden tevens over de
ingebruikneming van die weg ten behoeve van het terras.
**4..** Onverminderd het voorgaande kan de burgemeester de
ingebruikneming van de weg ten behoeve van een of meer bij een
horecabedrijf behorende terrassen weigeren:
indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg
dan wel gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg
of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan;
indien dat gebruik een belemmering kan worden voor het
doelmatig beheer en onderhoud van de weg;
indien het beoogde gebruik afbreuk doet aan andere
publieke functies van de openbare ruimte, inclusief de
bescherming van het uiterlijk aanzien daarvan, in door
de burgemeester aangewezen gebieden.
**5..** Voor de voorzieningen als bedoeld in het derde lid kan de
burgemeester nadere regels stellen.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 8
Artikel 2:28b
Algemene weigerings- en intrekkingsgronden exploitatievergunning (z)
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening (APV) Zaanstad 2013