Onverminderd de in artikel 1:6 en 2:28b genoemde gronden voor het
intrekken of wijzigen van een vergunning, en onverminderd de
bepalingen van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het
openbaar bestuur, kan de burgemeester de exploitatievergunning
tijdelijk of voor onbepaalde tijd geheel of gedeeltelijk intrekken
of wijzigen indien:
zich binnen de inrichting gedragingen hebben voorgedaan
zoals omschreven in artikel 36 van de Wet op de
kansspelen;
wapens als bedoeld in artikel 2 van de Wet wapens en munitie
aanwezig zijn waarvoor geen ontheffing, vergunning of verlof
is verleend;
naar zijn oordeel de openbare orde gevaar loopt of het woon-
en leefklimaat in de omgeving van het horecabedrijf door de
aanwezigheid van het horecabedrijf nadelig wordt
beïnvloed;
in strijd is gehandeld met artikel 2 en/of 3 van de Opiumwet
of aannemelijk is dat de exploitant of leidinggevende
betrokken is bij of hem ernstige nalatigheid kan worden
verweten in verband met activiteiten als bedoeld in artikel
13b, eerste lid, van de Opiumwet;
aannemelijk is dat de exploitant of de leidinggevende
betrokken is, of hem ernstige nalatigheid kan worden
verweten bij activiteiten in of vanuit het horecabedrijf,
die gevaar kunnen veroorzaken voor de openbare orde of een
bedreiging vormen voor het woon- of leefklimaat in de
omgeving van het horecabedrijf dan wel als naar het oordeel
van de burgemeester de wijze van bedrijfsvoering of het
levensgedrag als bedoeld in artikel 2:28b, een dergelijk
gevaar of bedreiging vormen;
de exploitant of de leidinggevende toelaat of gedoogt dat in
zijn horecabedrijf strafbare en/of beboetbare feiten worden
gepleegd;
zich in of vanuit het horecabedrijf anderszins feiten hebben
voorgedaan, die de vrees wettigen, dat het geopend blijven
van het horecabedrijf gevaar kan veroorzaken voor de
openbare orde of een bedreiging vormt voor het woon- of
leefklimaat in de omgeving van het horecabedrijf;
er aanwijzingen zijn dat in het horecabedrijf personen
werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of
krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet
2000 bepaalde;
de vergunninghouder, exploitant of leidinggevende bij of
krachtens deze verordening gestelde regels niet nakomt;
de vergunninghouder, exploitant of leidinggevende de aan de
vergunning verbonden voorschriften of beperkingen niet
nakomt.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 8
Artikel 2:28c
Bijzondere intrekkings- of wijzigingsgronden van de exploitatievergunning (z)
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening (APV) Zaanstad 2013