De burgemeester kan het besluit tot sluiting verlengen
indien de gronden die tot sluiting hebben geleid nog steeds
aanwezig zijn.
De burgemeester kan het sluitingsbevel intrekken dan wel
niet verlengen als naar zijn oordeel de in het eerste lid
genoemde belangen voortzetting van de sluiting niet langer
vereisen.
De burgemeester draagt zorg voor het aanbrengen van het
bevel tot sluiting bij de toegang van het gebouw, de
inrichting of de ruimte, of in de directe nabijheid
daarvan.
De rechthebbende laat toe dat een afschrift van het
sluitingsbevel wordt aangebracht.
Het is verboden een gebouw, inrichting of ruimte te betreden
waarvan de sluiting is bevolen.
Het is de rechthebbende verboden zonder toestemming van de
burgemeester bezoekers toe te laten of daarin te laten
verblijven of zelf het gebouw, de inrichting of de ruimte te
betreden.
Het derde, vierde, vijfde en zesde lid zijn van
overeenkomstige toepassing als de burgemeester krachtens
artikel 174a van de Gemeentewet of artikel 13b van de
Opiumwet heeft besloten tot sluiting van een woning, een
lokaal of een bijbehorend erf.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 8
Artikel 2:30c
Regels met betrekking tot sluiting (z)
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening (APV) Zaanstad 2013