De burgemeester kan ter bescherming van de openbare orde
en/of het woon- en leefklimaat, de sluiting bevelen van een
voor publiek toegankelijk gebouw, inrichting of ruimte als
daar:
zich binnen de inrichting gedragingen hebben
voorgedaan zoals omschreven in artikel 36 van de Wet
op de kansspelen;
door misdrijf verkregen zaken voorhanden, bewaard
of verborgen zijn dan wel zijn verworven of
overgedragen;
discriminatie heeft plaatsgevonden op grond van ras,
geslacht, seksuele gerichtheid of op welke grond dan
ook;
wapens als bedoeld in artikel 2 van de Wet wapens en
munitie aanwezig zijn waarvoor geen ontheffing,
vergunning of verlof is verleend; of
zich andere feiten of omstandigheden hebben
voorgedaan die de vrees wettigen dat het geopend
blijven van het gebouw, de inrichting of de ruimte
ernstig gevaar oplevert voor de openbare orde en/of
het woon- en leefklimaat.
Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het
daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 13b
van de Opiumwet.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 8
Artikel 2:30b
Sluiting gebouw of ruimte (z)
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening (APV) Zaanstad 2013