1.De wijze van advisering ten aanzien van de taken van de commissie genoemd in artikel 2.1, eerste lid en tweede lid, onder a, is weergegeven in de onderstaande tabel.
Type adviesvraag
Samenstelling commissie voor afhandeling adviesvraag
Frequentie overleg commissie
Termijn advies
·Nog niet formeel aangevraagde kleine bouwplannen (vooroverleg).
·Aanvragen omgevingsvergunning voor het bouwen (kleine bouwplannen) (artikel 2.1, eerste lid, onder a).
Mandaatoverleg bestaande uit rayonarchitect en burgerleden.
Het mandaatoverleg vindt tenminste één keer per twee weken plaats.
Binnen twee weken.
·Nog niet formeel aangevraagde niet-kleine bouwplannen (vooroverleg).
·Aanvragen omgevingsvergunning voor het bouwen (niet-kleine bouwplannen) (artikel 2.1, eerste lid, onder a).
Grote commissievergadering van alle commissieleden, inclusief de burgerleden en exclusief de deskundigen op het gebied van de monumentenzorg. Rayonarchitect bepaalt eerst in mandaatoverleg of aanvraag wordt voorgelegd aan de grote commissie.
De grote commissievergadering vindt in de regel één keer per twee weken plaats.
Binnen twee weken.
·Aanvragen omgevingsvergunning inzake gemeentelijke of beschermde monumenten (artikel 2.1, eerste lid, onder c en d).
Integrale commissievergadering van alle commissieleden, inclusief de burgerleden en één of meerdere deskundigen op het gebied van monumentenzorg.
De integrale commissievergadering vindt alleen plaats indien een aanvraag voor omgevingsvergunning inzake gemeentelijke of beschermde monumenten voorligt.
Binnen twee weken.
·Aanwijzingen van een gemeentelijke monument (artikel 2.1, eerste lid, onder b).
Monumentenvergadering van de commissieleden deskundig op het gebied van monumentenzorg.
De monumentenvergadering vindt alleen plaats wanneer een verzoek tot advies inzake een de aanwijzing van een gemeentelijk monument voorligt.
Binnen acht weken.
·In voorbereiding zijnde bestemmingsplannen, beeldkwaliteitsplannen, stedenbouwkundig plannen en inrichtingsplannen (artikel 2.1, tweede lid, onder a).
Rayonarchitect bepaalt in overleg met het college welke deskundigen, naast de burgerleden, uit de commissie benodigd zijn voor het uitbrengen van advies.
Overleg vindt alleen plaats indien een bestemmingsplan, beeldkwaliteitsplan, stedenbouwkundig plan en inrichtingsplan voorligt. Het overleg over de adviesaanvraag vindt in de regel plaats tijdens een grote of integrale commissievergadering.
Binnen twee weken.
De advisering ten aanzien van de taken van de commissie genoemd in artikel 2.1, tweede lid, onder b, c, d en e, vindt plaats wanneer dat – in overleg met de gemeente – noodzakelijk wordt geacht.
De commissie ruimtelijke kwaliteit kan slechts adviezen zoals genoemd in artikel 2.1, eerste lid, onder a, uitbrengen indien tenminste drie leden aanwezig zijn en waarvan tenminste twee leden beschikken over deskundigheid op het gebied van welstand.
De commissie ruimtelijke kwaliteit kan slechts adviezen zoals genoemd in artikel 2.1, eerste lid, onder b, c, en d, uitbrengen indien tenminste twee leden aanwezig zijn die beschikken over deskundigheid op het gebied van monumentenzorg.
De commissie ruimtelijke kwaliteit kan zich naar eigen inzicht laten bijstaan extra deskundigen van het Gelders Genootschap of daarbuiten. Afhankelijk van het type plan dat moet worden beoordeeld nemen de extra deskundigen deel aan de vergadering, maar hebben geen stemrecht, tenzij ze als commissielid zijn benoemd door de gemeente.