De gedragingen bedoeld in artikel 20, tweede lid IOAW/IOAZ worden onderscheiden in de volgende categorieën:
Eerste categorie:
het zich niet tijdig laten registreren als werkzoekende bij het UWV Werkbedrijf of het niet tijdig laten verlengen van de registratie;
het desgevraagd niet terstond inzage verstrekken van een geldig identiteitsbewijs.
Tweede categorie:
het niet, niet ijdig of niet behoorlijk nakomen van de medewerkingsplicht als bedoeld in artikel 13, tweede lid IOAW en IOAZ;
Het niet voldoen aan een oproep om, in verband met de arbeidsinschakeling, op een aangegeven plaats en tijd te verschijnen.
Derde categorie:
het niet naar vermogen trachten algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen of te aanvaarden;
gedragingen die de inschakeling in de arbeid belemmeren;
het niet of in onvoldoende gebruikmaken van een door het dagelijks bestuur
aangeboden voorziening gericht op arbeidsinschakeling, waaronder begrepen sociale
activering, als dit niet heeft geleid tot het geen doorgang vinden of tot voortijdige
beëindiging van het re-integratie traject.
het uit houding en gedrag ondubbelzinnig laten blijken de verplichtingen zoals bedoeld in artikel 37 lid 1 onderdeel e IOAW/IOAZ niet te willen nakomen, wat heeft geled tot het intrekken van de ontheffing van de arbeidsplicht zoals bedoeld in artikel 38 lid 5 IOAW/IOAZ
Vierde categorie:
het niet aanvaarden van algemeen geaccepteerde arbeid;
het door eigen toedoen niet verkrijgen of behouden van een voorliggende voorziening
het niet of in onvoldoende mate meewerken aan een onderzoek naar de
mogelijkheden tot arbeidsinschakeling.
d.het niet of in onvoldoende gebruikmaken van een door het dagelijks bestuur
aangeboden voorziening gericht op arbeidsinschakeling, waaronder begrepen sociale
activering, als dit wel heeft geleid tot het geen doorgang vinden of tot voortijdige
beëindiging van het re-integratie traject.
Hoofdstuk 2.
Artikel 10.
Indeling in categorieën
Onderdeel van Maatregelenverordening IOAW en IOAZ 2013