Onverminderd artikel 4, eerste lid, wordt de maatregel vastgesteld op:
tien procent van de uitkeringsnorm bij gedragingen van de eerste categorie;
twintig procent van de uitkeringsnorm bij gedragingen van de tweede categorie;
vijftig procent van de uitkeringsnorm bij gedragingen van de derde categorie;
honderd procent van de uitkeringsnorm bij gedragingen van de vierde categorie.
Hoofdstuk 2.
Artikel 11.
De hoogte en duur van de maatregel
Onderdeel van Maatregelenverordening IOAW en IOAZ 2013