1.Voordat een maatregel wordt opgelegd, wordt de belanghebbende in de gelegenheid
gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen.
Het horen van belanghebbende kan achterwege worden gelaten indien:
de vereiste spoed zich daartegen verzet;
de belanghebbende reeds eerder in de gelegenheid is gesteld zijn zienswijze naar
voren te brengen en zich sindsdien geen nieuwe feiten of omstandigheden hebben
voorgedaan; of
het dagelijks bestuur het horen niet noodzakelijk acht voor het vaststellen van de
ernst van de gedraging of de mate van verwijtbaarheid.
Hoofdstuk 1.
Artikel 6.
Horen van belanghebbende
Onderdeel van Maatregelenverordening IOAW en IOAZ 2013