Het college kan gebieden aanwijzen waarvoor geen vergunning
wordt verleend.
Ten aanzien van de in het vorige lid bedoelde gebieden kan
het college ontheffing verlenen voor het innemen van een
standplaats met een verplaatsbare verkoopinrichting voor de
verkoop van de navolgende (seizoensgebonden) producten in de
volgende perioden:
ijs 1 maart tot en met 31 oktober (inrichting
maximaal 10 m²);
haring 1 mei tot en met 1 augustus (inrichting
maximaal 10 m²);
oliebollen 15 oktober tot en met 1 januari;
kerstbomen 6 december tot en met 24 december;
bloemen gehele jaar (alleen op zaterdag) (inrichting
maximaal 10 m²);
kortlopende standplaatsen met een incidenteel
karakter voor de promotie van een product of dienst
(inrichting maximaal 10 m²).
Hoofdstuk 5 › Afdeling 4
Artikel 5:21b