Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 10

De hoogte van de bestuurlijke boetes voor de verschillende overtredingen

Onderdeel van Verordening wet inburgering Leidschendam-Voorburg 2009

1.. De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 125,00 indien de inburgeringsplichtige of de persoon ten aanzien van wie het college op redelijke gronden kan vermoeden dat deze inburgeringsplichtig is geen of onvoldoende medewerking verleent aan het onderzoek, bedoeld in artikel 25, vierde lid, van de wet. 2.. De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 250 indien de inburgeringsplichtige geen of onvoldoende medewerking verleent aan de uitvoering van de voor hem vastgestelde inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening, bedoeld in artikel 23, eerste lid, van de wet of aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 8 van deze verordening. 3.. De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 250 indien de inburgeringsplichtige niet binnen de in artikel 7, eerste lid, van de wet bedoelde termijn of binnen de door het college op grond van artikel 31, tweede lid, onderdeel a, van de wet verlengde termijn het inburgeringsexamen of staatsexamen heeft behaald. 4.. Indien het college besluit om met toepassing van art. 5:41 Awb geen bestuurlijke boete op te leggen, wordt de belanghebbende daarvan schriftelijk mededeling gedaan. 5.. Het college legt, met inachtneming van het bepaalde in art. 5:46 lid 2 Awb, in beleidsregels vast de differentiatie in de hoogte van de boetes in relatie tot sanctiewaardige gedragingen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel