Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 20

Weigeringsgronden

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning Nieuwe Waterweg Noord 2013

Een woonvoorziening als bedoeld in dit hoofdstuk kan worden geweigerd indien: a.. de noodzaak tot het treffen van de woonvoorziening het gevolg is van een verhuizing waartoe op grond van belemmeringen bij het normale gebruik van de woning geen aanleiding bestond, tenzij een wijziging van leefsituatie een verhuizing dringend noodzakelijk maakte en hiervoor schriftelijk toestemming is verleend door het college; b.. de belanghebbende niet is verhuisd naar de voor zijn of haar beperkingen op dat moment beschikbare meest geschikte woning, tenzij daarvoor tevoren schriftelijk toestemming is verleend door het college; c.. indien reeds een huurcontract of voorlopig koopcontract is getekend voorafgaand aan de datum waarop beschikt is op de aanvraag, tenzij het college hiervoor schriftelijk toestemming heeft verleend; d.. deze betrekking heeft op voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten anders dan automatische deuropeners, hellingbanen en extra trapleuningen; e.. de belanghebbende verhuist op een moment dat de verhuizing voor de belanghebbende als voorspelbaar, voorzienbaar en/of zelfs zonder de beperking als algemeen gebruikelijk wordt beschouwd; f.. de belanghebbende voor het eerst zelfstandig gaat wonen, verhuisd is vanuit of naar een woonruimte die niet geschikt is het gehele jaar door bewoond te worden, verhuisd is naar een AWBZ-instelling of een andere instelling gericht op het verstrekken van zorg, of er in de verlaten woonruimte geen problemen met het normale gebruik van de woning zijn ondervonden; g.. de ondervonden beperkingen voortvloeien uit de aard van de in de woning gebruikte materialen of het gevolg zijn van achterstallig onderhoud.

Rechtspraak bij dit artikel