Lid 1
In lid 1 wordt geregeld onder welke basisvoorwaarden men gebruik kan maken van een algemene voorziening voor hulp bij het huishouden, indien deze in de gemeente voorhanden is. In aanmerking komen in eerste instantie personen met een aantoonbare beperking ten gevolge van ziekte of gebrek inclusief een chronisch psychisch en/of psychosociaal probleem. Verder komen in aanmerking mantelzorgers in het kader van de zogenaamde "respijtzorg", dat wil zeggen dat de noodzaak aanwezig is om mantelzorgers te ontlasten. Nota bene: het is daarbij niet de bedoeling van de wetgever dat het huishouden van de mantelzorger wordt overgenomen, maar overname van het huishouden van degene die de mantelzorg ontvangt is wel degelijk mogelijk.
Algemeen aangeboden hulp bij het huishouden is in de vorm van een primaat in deze verordening neergelegd. Dat houdt in dat in eerste instantie wordt bezien of deze vorm van hulp bij het huishouden het probleem op adequate wijze kan oplossen. Als de in het vorige lid genoemde algemene voorziening onvoldoende adequaat is of niet aanwezig is, komt de individuele voorziening voor hulp bij het huishouden aan de orde.
Lid 2
Lid 2 moet in samenhang met lid 1 worden gelezen. De individuele voorziening kan bestaan uit een voorziening in natura of uit een persoongebonden budget. Het college bepaalt wanneer iemand voor een persoonsgebonden budget in aanmerking kan komen. Het college kan echter alleen hiervan gebruik maken als er overwegende bezwaren zijn in de persoon van de aanvrager die zich verzetten tegen het verstrekken van een persoonsgebonden budget. Te denken valt aan schulden of het niet kunnen omgaan met dergelijke financiële middelen. Deze criteria worden vastgelegd in het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Haarlem en in de uitvoeringsregels.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.2
Primaat van de algemene hulp bij het huishouden
Onderdeel van Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Haarlem 2013 (Vvmo 2013)