Naar hoofdinhoud
Lid 1 Bij het vaststellen van de aanspraak op hulp bij het huishouden wordt allereerst bezien of en in hoeverre eventueel andere personen binnen de leefeenheid zelf de problemen kunnen oplossen. Deze ontwikkeling is al onder de Awbz-indicatiestelling in gang gezet vanaf het midden van de jaren ’90 van de vorige eeuw. Voor zover de ondervonden problemen door middel van dergelijke gebruikelijke zorg kunnen worden opgelost, is er geen aanspraak op hulp bij het huishouden. In de door het college vast te stellen uitvoeringsregels wordt bepaald hoe er rekening wordt gehouden met gebruikelijke zorg bij het vaststellen van een aanspraak op een voorziening voor hulp bij het huishouden. Lid 2 In dit artikel is geregeld dat er geen hulp bij het huishouden wordt verstrekt wanneer iemand woonachtig is in een hotel/pension, trekkerswoonwagens, tweede woningen of vakantiewoningen.

Rechtspraak bij dit artikel