Ingeval aan boord van een in de haven aanwezig vaartuig brand of een calamiteit, van welke aard dan ook ontstaat, zijn de schipper van dat vaartuig en de schippers van de in de nabijheid daarvan aanwezige vaartuigen verplicht onverwijld de door de havenmeester en de door of namens de commandant van de brandweer gegeven aanwijzingen en bevelen ter bestrijding of ter voorkoming van uitbreiding van de brand casu quo de calamiteit op te volgen.